Uit de kluis: Talent om te verwonderen
In de rubriek ‘Uit de kluis’ maken medewerkers en inwoners van de gemeente Ede een persoonlijke keuze uit de kluis van het gemeentearchief. Voor deze aflevering hebben we wethouder Karin Bijl gevraagd om haar keuze te maken en toe te lichten.
De rubriek ‘Uit de kluis’ is een mooie manier om ons archief en het verhaal van Ede te delen. Cultureel erfgoed leeft in Ede, veel mensen lezen graag over de ontstaansgeschiedenis van Ede, de mensen van toen en hoe ze leefden.
Als wethouder cultuur ben ik verantwoordelijk voor ons eigen stadsarchief en de kunstwerken in het depot. Gelukkig wordt er veel onderzoek gedaan, komen er vaak inwoners naslag doen en zijn er veel vrijwilligers actief om alles ook digitaal te ontsluiten. Ook lenen we soms werken uit aan exposities van lokale musea. Want deze werken horen natuurlijk niet in een kelder te liggen maar moeten beleefd en gezien worden. Daarom vind ik het geweldig leuk bij te mogen dragen aan deze rubriek.
Toen ik startte als wethouder mocht ik mijn werkkamer op het raadhuis inrichten. Rob Urban vertelde me enthousiast dat er veel mooie werken in het depot werden bewaard, dus ben ik op bezoek gegaan. Een beetje met lood in de schoenen want ik was niet echt op zoek naar het zoveelste schilderijtje met schapen, bos en donkere luchten.
In het depot vond ik een grote verscheidenheid aan werken en objecten en heb ik uiteindelijk gekozen voor een serie van Jan Weiland. Deze Jan (Johannes) Weiland jr., geboren in Vlaardingen in 1894, heeft de laatste jaren van zijn leven gewerkt en gewoond in Lunteren. Hij was schilder, tekenaar, ontwerper, graficus, poppenmaker en marionetspeler. Een veelzijdig man dus, opgeleid als leraar maar vooral opgegroeid in een familie van bekendere schilders en kunstenaars.
Na de oorlog kwam hij naar Lunteren, waarschijnlijk mede omdat zijn gehele woonhuis met collectie marionetten was afgebrand. De werken die mij meteen enorm aanspraken zijn gemaakt in de jaren ‘20, in zwart-wit zoals ‘De blinde en de vrouw’ die ik nu op mijn kamer heb hangen. Elke dag weer kijk ik met plezier én bewondering naar de eenvoudige subtiele lijnen. Vormen en lijnen lijken belangrijker dan de echte betekenis van de voorstelling en blijven mij daarmee verwonderen.
Dat is een belangrijk onderdeel van wat cultuur voor mij is: een talent om mensen te verwonderen.
