Ede door de eeuwen heen

Ede is wat grondgebied betreft één van de grootste gemeenten in Nederland, ruim 32.000 hectare. In dit gebied liggen de woonkernen Bennekom, Ede, Ederveen, Harskamp, De Klomp, Lunteren, Otterlo en Wekerom. In vroeger tijden werd ook nog gesproken van Gelders Veenendaal, wat bij de gemeente Ede werd gerekend. Hiernaast zijn nog veel namen van oude buurtschappen in gebruik zoals Doesburg, De Fliert, Manen en Ede-Veldhuizen.
Naast bewoningsgebieden is er in de gemeente veel bos, zand en heide aanwezig. Bekend zijn vooral de Ginkelse Heide en het Nationale Park De Hoge Veluwe.

Vroegste geschiedenis

De geschiedenis van de huidige gemeente gaat al ver terug. Uit archeologische vondsten zijn we te weten gekomen dat er in dit gebied al mensen aanwezig waren in de oude steentijd (vóór 30.000 jaar geleden). Dit waren geen moderne mensen, maar Neanderthalers.

In het laatste deel van de oude steentijd en in de midden steentijd (tot 5.000 v.Chr.) leefden in de omgeving van Ede jagers-verzamelaars. Deze mensen hadden geen vaste woonplaats, maar tijdelijke (jacht)kampjes. In het woongebied Kernhem is zo'n kampje ontdekt en beschermd door op die plaats niet te bouwen, maar een groenvoorziening aan te leggen.

Op de rand van de stuwwal Ede-Wageningen liggen heel veel grafheuvels uit het laatste deel van de nieuwe steentijd (3.000 - 2.000 v.Chr.). Op de Ginkelse Heide is een grafheuvel gevonden met daarin diverse belangwekkende vondsten.

Bronstijd

Opgravingen in wijk Bunschoten (1984) (GA12066)
Opgravingen in wijk Bunschoten (1984) (GA12066)

De bronstijd (2.000 - 800 v.Chr.) is het beste terug te vinden in de bewaard gebleven en deels gereconstrueerde Celtic Fields bij Lunteren. Ook zijn in de gemeente Ede nog enkele urnenvelden aanwezig uit deze periode. Dat zijn terreinen met daarin meerdere kleine grafheuvels.

IJzertijd

In de IJzertijd (800 - 12 v.Chr.) werd ons gebied bewoond door Germanen. Er zijn uit deze periode heel veel vondsten bekend (vooral aardewerkscherven). Een enkele keer wordt een Germaanse nederzetting door archeologen ontdekt en onderzocht (Ede-Slijpkruik, Ede-De Vallei, Bennekom-Streekziekenhuis). Grafvelden uit de IJzertijd zijn tot nu toe nog niet onderzocht.

Romeinse Tijd

De overgang van de IJzertijd naar de Romeinse tijd (12 v.Chr. - 500 na Christus) is in deze omgeving relatief rustig verlopen. De Romeinen hebben de Rijn als noordgrens van het Romeinse Rijk genomen. De Germanen 'van boven de rivieren' hebben contacten gehad met de Romeinse legers in bijvoorbeeld Nijmegen en Utrecht in de vorm van handel (vee, graan). Deze contacten vinden archeologen terug in opgegraven inheems-Romeinse nederzettingen, zoals Bennekom en Ede-Veldhuizen. Bij deze opgravingen wordt niet alleen handgevormd inheems-Romeins aardewerk gevonden, maar ook geïmporteerd Romeins draaischijfaardewerk en Romeinse kledingspelden.

Vroege Middeleeuwen

Tijdens de Vroege Middeleeuwen werd ons gebied bewoond door de Chamavi of Hamalanders. In de 5e eeuw zette de Frankische staatsvorming in, dat uitmondde in het Merovingische rijk. Het woongebied van de Hamalanders lijkt al in de 7e eeuw onder invloed van de Franken te staan. In de tweede helft van de 8e eeuw begon de bekering van de inheemse bevolking tot het christendom.

De oude dorpskernen van Lunteren, Wekerom, Doesburg, Ede en Veldhuizen bestonden al in de vroege Middeleeuwen. In deze periode wordt tevens de basis gelegd voor het wegenpatroon dat deels tegenwoordig nog in gebruik is. In dezelfde periode werden nederzettingen gesticht in voorheen onontgonnen gebied. De Gelderse Vallei is een van de koningsgoederen (landgoederen van de Frankische Kroon) die zich in de 8e en 9e-eeuwse ontginningen bevindt.

Vanaf de tweede helft van de 9e eeuw werd de centrale macht van het keizerlijke hof sterk aangetast en verzelfstandigde de adel. In de 11e-13e eeuw kregen de territoriale vorstendommen vaste vorm als autonome sociaal-politieke structuren. Het vorstendom Gelre is hier een voorbeeld van. Ook de bisschop van Utrecht creëerde een eigen territorium, het Sticht Utrecht en het Over-Sticht.

De Middeleeuwen

Wellicht komt Ede in het jaar 800 al voor in een oude giftbrief. In het jaar 1216 komt Ede heel duidelijk in de stukken voor. In dat jaar bevestigt Paus Innocentius III het Kapittel van Sint Jan te Utrecht in het bezit van de kerk van Ede. De zeer oude kerk van Ede vindt haar oorsprong omstreeks 1200 in een kleine stenen hallenkerk. Waarschijnlijk heeft daarvoor een houten kerkje op dezelfde plek gestaan. De toren dateert uit de 14e eeuw en een deel van het huidige gebouw van omstreeks 1470. De dorpen Bennekom, Lunteren en Otterlo zijn van later datum.

In deze periode ligt ook de oorsprong van de diverse buurschappen of buurten. In deze buurt werden buurtspraken gehouden. Hieraan werd deelgenomen door de door de inwoners van het gebied. Later werd als eis gesteld dat men een bepaalde hoeveelheid belastbare grond in het betreffende rechtsgebied moest hebben.

De buurt (elders ook wel mark geheten) is een oude rechtsvorm en hiermee een voorloper van het latere gemeentebestuur. Tijdens een buurtspraak werd vergaderd over verordeningen, gebruik van gezamenlijke gronden, onderhoud van de wegen en wildwallen, het afgraven van zand en grind en andere voor de hele buurt belangrijke zaken. Van de vroegere buurten bestaat er op dit moment nog steeds een: de buurt Ede-Veldhuizen. Door de geërfden van deze buurt wordt nog steeds een jaarlijkse buurtspraak gehouden onder leiding van de buurtrichter. Ook de buurtmeesters, de buurtscheuter en de buurtschrijver zijn nog in functie.

De nieuwere tijd

Torenstraat Ede (1888) (GA18160)
Torenstraat Ede (1888) (GA18160)

Oorspronkelijk is het gebied rondom Ede een schoutambt. Het bestuur van dit ambt berustte bij de ambtsjonkers. Deze Veluwse edelen bezaten in de betreffende gemeente waar ze ambtsjonker waren vaak aanzienlijke bezittingen. Hun werkzaamheden bestonden uit het regelen van de belastinginning, het controleren van de rekening van het ambt, het benoemen van predikanten, kosters en schoolmeesters. Zij waren verantwoording schuldig aan de Drost van de Veluwe. Het dagelijks bestuur werd echter uitgevoerd door de schout.

Aan het einde van de 18e eeuw kwam er een einde aan de macht van deze ambtsjonkers. De aanzienlijken werden gelijken, althans in naam. Hun taak werd overgenomen door de municipaliteit. Later werden dit de gemeenteraden, die tot aan de invoering van de nieuwe Gemeentewet in 1851 door het Provinciaal Bestuur werden benoemd.

Gedurende de periode 1812-1817 werd het gebied van het schoutambt Ede gesplitst in de vier mairies Bennekom, Ede, Lunteren en Otterlo. Met ingang van 1 januari 1818 ontstond er weer een zelfstandige gemeente Ede.
Van groot belang voor de ontwikkeling van de gemeente was de aanleg van de spoorlijn tussen Utrecht en Arnhem in 1840.

Vanouds werd de gemeente doorkruist door een historische Hessenweg van Arnhem naar Amersfoort. Deze kwam echter niet door Ede maar passeerde wel Lunteren. De in 1828 aangelegde straatweg van Arnhem naar Amersfoort ging wel door het dorp Ede. Deze ontwikkeling betekende nogal wat voor Ede. Ook werd in 1846 een weg van Wageningen naar Barneveld aangelegd. Zodoende werd in de 19e eeuw de gemeente verder ontsloten.

De 20e eeuw: een periode van grote groei

In 1903 werd tenslotte de spoorweg van Ede via Barneveld naar Amersfoort opengesteld. Al met al betekende dit een totale ontsluiting van de eens relatief afgesloten Veluwse gemeente. Dit is ook terug te zien in de bevolkingsgroei. Rond het jaar 1900 bedroeg het inwonertal ruim 14.000. In 1948 is dit al 43.000, in 1958 ruim 56.000 en in 2003 is het aantal inwoners gestegen tot ruim 104.000.

Waar voorheen Ede vooral een agrarische gemeenschap was, veranderde dit geleidelijk. Belangrijke ontwikkelingen hierbij waren de komst van garnizoenen. Defensie werd een belangrijke werkgever in onze gemeente, met name in Ede en Harskamp. Daarnaast was de komst van de ENKA van groot belang. In de afgelopen tachtig jaar hebben hier vele duizenden oude en nieuwe Edenaren hun brood verdiend.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog hebben zeer vele andere kleinere bedrijven en industrieën zich in Ede gevestigd. Door de komst van deze nieuwe bedrijven en de bijbehorende werkgelegenheid had dit ook een positief effect op andere beroepsgroepen zoals de middenstanders.

Daarnaast is de gemeente Ede ook steeds aantrekkelijker geworden voor de recreant en toerist. Dit is in de loop der jaren uitgegroeid tot een absoluut professionele beroepstak. Vele pensions, hotels, vakantieoorden, herstellingsoorden en campings waren en zijn in de gemeente te vinden.

Bronnen

Literatuur

  • Vereniging Oud-Ede,  De geschiedenis van Ede,  - Wageningen, 1933
  • Schreuders, L.C., Rond de grijze toren,  - Ede, 1958           
  • Pluim, T. en Gortel, H. van, De geschiedenis der Neder-Veluwe, -Barneveld, 1888
  • Nijdam, J., De buurt Ede-Veldhuizen,  - Ede, 1988
  • Ver. Oud-Ede, Oud-Bennekom, Oud Lunteren., Langs oude en nieuwe wegen  - Ede, 2007
  • en vele andere

Archieven

Documentatie

Fotocollectie           

  • GA12066    Opgravingen in wijk Bunschoten (1984)
  • GA18160    Torenstrat Ede (1888)

Auteurs           

Peter van Beek (2003) met een aanvulling door Suzanne van der A (2004)