Hoenderloo - Hoog Baarlo

Periode: 1813 - heden
Plaatsaanduiding: gemeente Ede

Waarom Hoenderloo voor een klein gedeelte bij de gemeente Ede behoort, is niet geheel duidelijk. Mogelijk is dit gebeurd bij de verdeling van de buurt Otterlo. Dominee O.G. Heldring geeft in zijn boekje 'Wandelingen over de Veluwe' een opsomming van het aantal gezinnen dat zich tot 22 augustus 1845 in de buurtschap Hoenderloo had gevestigd. Dertien gezinnen woonden in Hoenderloo, zes gezinnen op 'Hoog Baarlo' en de overige 34 gezinnen in het gebied dat destijds 'De Bunte' werd genoemd. Bij de opgave van dominee Heldring zit geen topografisch kaartje, zodat de oude grenzen van Hoenderloo, Hoog Baarlo en De Bunte niet precies bekend zijn.

Eerste bewoner Hoenderloo

In 1813 vestigde zich een wat verlopen schaapherder, met de naam Albert Brinkenberg, nabij de zo genaamde ‘Franse berg’ (nu midden in het Park de Hoge Veluwe gelegen). Hij bouwde daar een eenvoudige plaggenhut, maar al snel bleek dat de afwatering van regenwater rechtstreeks zijn hut binnenstroomde. Albert Brinkenberg vond een plekje op het punt waar de grenzen van de Aanstoterbuurt (Otterlo) en de marken van Spelde en Deelen bijeenkwamen. Volgens Heldring vestigde Brinkenberg zich daar (waar nu restaurant Rust een Weinig staat) met vrouw, drie kinderen en een paar schapen. Langzaam vormde zich een kleine huttenkolonie. In 1840 telde de buurtschap 24 armzalige plaggenhutten, waarvan negen binnen de grenzen van het huidige Hoenderloo. Heldring telde nog zes hutten in Ede, drie op Hoog Baarlo en zes op de Bunte.

Dominee Heldring

Ds. Otto Gerhard Heldring uit het Betuwse Hemmen was een zeer sociaal bewogen man, met belangstelling voor landbouwkunde en archeologie. In 1839 ‘ontdekte’ hij op één van zijn omzwervingen over de Veluwe de nederzetting Hoenderloo. Getroffen door de armoede die het primitieve bestaan van de bewoners met zich meebracht, beloofde Heldring hulp. Allereerst zorgde hij voor een waterput en later voor een kerk en een school. Onderwijzer Bernardus Gangel en zijn vrouw deden meer dan alleen onderwijzen: zij namen verwaarloosde meisjes, bedelaartjes, weesjes en boefjes uit het westen des lands op. In 1848 had het echtpaar 48 verschoppelingetjes onder hun dak. Ds. Heldring en meester Gangel stichtten een ‘doorgangshuis’ om meer ontspoorde kinderen een betere toekomst te kunnen bieden. Vandaag de dag vervult de stichting ‘Hoenderloo-Groep’ nog altijd deze taak.

Eerste bewoner Hoog Baarlo

De heer Quarles, wonende in Harskamp, hoorde rond 1800 dat hij bezitter was van een strook grond onder Hoenderloo ('Hoog Baarlo'). Hij kende dat gebied niet eens. Eén van zijn dagloners wees hem de ligging van dat gebied aan. De heer Quarles liet op die plek een huis bouwen, dat in 1804 betrokken werd door Elbert Elbers. Elbert (Aalt) Elbers was zodoende de eerste bewoner op Hoog Baarlo. Nadat de heer Quarles was overleden beweerde Elbers dat het huis en de grond aan hem door de heer Quarles geschonken waren. Andere eigenaren betwistten dat. Advocaat Busser uit Arnhem besliste in het voordeel van Elbert Elbers. Busser toonde later aan, dat de grond en het huis toebehoorden aan de zogenaamde 'Zutphense Heren'. Later werden het huis en de grond verkocht aan de heidemaaier Bart Ploeg, die daarvoor in de buurt Deelen woonde. Volgens dominee Heldring woonden Bart Ploeg, zijn vrouw en kinderen daar nog in 1845.

Landgoed Hoog Baarlo

Bart Ploeg verkocht in 1845 zijn terrein (42 ha) aan Albertus van Ingen, rentmeester van baron Van Heeckeren van Enghuizen; Bart Ploeg werd benoemd tot opzichter. In datzelfde jaar kocht Van Ingen een terrein van 42 ha van de geërfden van Otterlo en in 1851 nog eens ruim 51 ha van Johan Sickesz. Het nu aaneengesloten gebied van 136 ha werd later bekend als ‘Landgoed Hoog Baarlo’.
Evenals Hoenderloo groeide ook de bevolking van Hoog Baarlo langzaam uit. Op een kaart uit de gemeenteatlas uit 1869 kwamen onder Hoog Baarlo tien huizen voor (in 1840 waren dat er nog drie).
Op Hoog Baarlo groeide het landbouwareaal tussen 1850 en 1871 van 9 naar 22 ha, dit in tegenstelling tot Hoenderloo, waar bosbouw de voornaamste plaats innam.

Jan Willem Gunning

Na de dood van Albertus van Ingen in 1871 kwam het landgoed in het bezit van Carel Hendrik Ruijgrok. Ruijgrok werd in 1879 failliet verklaard en het landgoed werd openbaar verkocht. In opdracht van Jan Willem Gunning kocht houthandelaar Jan Tulp uit Ede het landgoed in zijn geheel voor de prijs van 17.000,- gulden. Kort na de aankoop door Gunning werden verschillende woningen gebouwd en verbouwd en werden landbouwpercelen samengevoegd en verpacht. Hij beheerde het landgoed enthousiast en zeer professioneel. Ook liet Gunning de Deelenseweg verbreden en rechttrekken. Na het overlijden van Jan Willem Gunning in 1900 zette zijn zoon Johannes Hermanus Gunning het werk van zijn vader voort, zij het met minder enthousiasme. In 1912 verkocht hij ‘Landgoed Hoog Baarlo’ aan Anton Kröller.

De Bunte

Kröller wilde met het landgoed zijn jachtterrein nog verder vergroten, maar kreeg van het gemeentebestuur geen toestemming om de Deelenseweg te verleggen. Eerder was hem dat met Houtkampweg wel gelukt, waardoor de huidige Apeldoornseweg (N304) ontstond. Aangezien Anton Kröller uitsluitend een aaneengesloten jachtgebied wilde, bleef hem geen andere mogelijkheid dan verkoop van het landgoed. Westelijk van de Deelenseweg lag, al sinds het ontstaan van Hoenderloo, het gehucht De Bunte. Toen dit gebied door Kröller was aangekocht (grotendeels van Johan Sickesz) kocht Kröller de pacht van alle boerderijtjes op en liet ze vervolgens, tegen een vergoeding van honderd gulden per pand, tot de grond toe afbreken. De meeste landbouwers vestigden zich aan de andere zijde van de Deelenseweg, dus op Hoog Baarlo.

21e eeuw

Anno nu is Hoenderloo uitgegroeid tot een gezellig plaatsje, met veel vakantiegangers in de zomer. De argeloze bezoeker zal niet veel merken van de gemeentegrenzen. Hoog Baarlo is min of meer vergroeid met het Apeldoornse deel van Hoenderloo. Alleen het naambord van de buurt Hoog Baarlo vermeldt de naam van de gemeente Ede. Dat ook enkele woningen aan de westkant van de Deelenseweg en de ingang (oost) van het Nationale Park De Hoge Veluwe tot de gemeente Ede behoren is niet zichtbaar. Per 1 januari 2010 telt het Edese deel van Hoenderloo samen met Hoog Baarlo zo’n veertig woningen met in totaal 81 inwoners. Het ‘andere’ Hoenderloo telt rond 1800 inwoners. De grens tussen Ede en Hoenderloo loopt dwars door het ontmoetingscentrum Veldheim. Aan de Edese zijde wordt bij iedere verkiezing een stemlokaal (het kleinste van Ede) ingericht voor de circa zestig Edese stemgerechtigden!

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Heldring, O.G.  Wandelingen over de Veluwe. - Arnhem 1845
  • Breman, G., B. Haak en P. Hofman  De Hoge Veluwe in de 19e eeuw. - Apeldoorn 1995
  • Kluit, M.E.  Een eeuw Hoenderloo 1851 - 1951. - Hoenderloo, 1951
  • Hendriks, A. en A.K. van Dijk  150 jaar Hoenderloo: een greep uit de geschiedenis van het dorp. - Amstelveen 1989
  • Weel, J.K. van der  Hoenderloo. - Hoenderloo 1983
  • Breman, G., B. Haak en P. Hofman  De Hoge Veluwe in kaart. - Hoenderloo, 2009

Documentatie

Auteurs

Evert Somer, 2005
Henk M. Klaassen, 2010

Gerelateerde pagina's Kennisbank