Vluchtoord Ede

Periode: 1914 - 1917
Plaatsaanduiding: Ede

Op de Eder Hei, ten noorden van de oude rijksweg van Ede naar Arnhem, zo’n 300 meter voor de afslag richting Natuurcentrum, staat een opgerichte zwerfkei als herinnering aan het in de Eerste Wereldoorlog hier gelegen kamp voor Belgische vluchtelingen.

Vluchtelingen op dreef

In augustus 1914 overschrijdt Duitsland de Belgische grens en schendt daarmee de neutraliteit van België. De Duitse vernietigingsmachine richt zich op militairen en burgers en het zijn vooral de laatsten die massaal op de vlucht slaan. Trekt de bevolking zich aanvankelijk terug richting Antwerpen, na het bombardement op Antwerpen van 28 september, steken ongeveer een miljoen Belgen de grens met Nederland over. De Nederlandse regering kan de opvang van deze grote hoeveelheid vluchtelingen niet aan het particulier initiatief overlaten en besluit tot de inrichting van drie vluchtoorden onder beheer van de overheid. De drie vluchtelingenkampen – vluchtoorden genoemd – komen in Oldebroek/Nunspeet, Uden en Ede.

De hei is groot genoeg

Vluchtoord (GA15876)
Vluchtoord (GA15876)

In december begint men op de Eder Hei te bouwen aan een barakkenkamp geschikt voor de opvang van 10.000 vluchtelingen. Omdat het eerste kamp in Nunspeet nogal te wensen overliet, moet het tweede vluchtoord dat in Ede komt een soort modelkamp worden: de kosten zijn dan ook twee maal zo hoog. Het rechthoekige kamp is verdeeld in vier segmenten, waarvan er drie ingericht zijn met slaapzalen, eetzalen, keukens en wasruimtes, terwijl het vierde ‘dorp’ ingericht is met een kerk, scholen, magazijnen, kantoren en personeelswoningen. De drie woondorpen hebben de namen Leyedorp, Maasdorp en Scheldedorp en de twee hoofdwegen die het kamp in vieren delen dragen de namen van koningin Wilhelmina en minister-president Cort van der Linden.
Het bijzondere van vluchtoord Ede is dat vrijwel alle ruimtes zijn voorzien van centrale stoomverwarming. Ook beschikt men over stromend water en elektrisch licht, voorzieningen die in het dorp Ede in die tijd nog lang niet in alle woningen aanwezig zijn.

Vluchtoord (GA15906)
Vluchtoord (GA15906)

De eerste 170 bewoners komen op 1 februari 1915 het vluchtoord binnen, een maand later is de bezetting gestegen tot 2060 inwoners. Het grootste aantal bewoners wordt bereikt in juli 1915 als het vluchtoord 5340 vluchtelingen telt, waarvan ongeveer het derde deel kinderen is. Voor opvang en onderwijs van deze kinderen zijn er zusters uit Turnhout, maar wordt ook onderwijzend personeel gerecruteerd onder de vluchtelingen zelf.

Het Vluchtoord Ede staat onder leiding van J.Th.H. Mingels, een gepensioneerd kolonel van de cavalerie. Als regeringscommissaris van het vluchtoord laat hij zich omringen door een kleine staf militairen, zoals luitenant der Genie Kiers en majoor Plas (verplegingsofficier).

Om de bewoners van het vluchtoord niet in ledigheid hun dagen te laten doorbrengen, worden arbeidsvoorzieningen in het leven geroepen. Zo zijn vluchtelingen ingeschakeld bij de bouw van centrale voorzieningen in het vierde dorp en worden ook alle onderhoudswerkzaamheden door de bewoners zelf verricht. Enkele Belgen werken in het dorp Ede of omgeving en in het vluchtoord is een schoenmakerij, een smederij, een naai-en brei-inrichting en kleermakerij ingericht. De gefabriceerde artikelen zijn in de eerste plaats bestemd voor de vluchtelingen zelf en voor de geïnterneerde Belgische militairen (in Harderwijk was bijvoorbeeld een interneringskamp).

Deensche huisjes (GA31329)
Deensche huisjes (GA31329)

In het kader van werkverschaffing wordt een royale schenking van Denemarken bestemd voor het fabriceren van demontabele huisjes. Naast werkverschaffing leverde dit woningen op voor Belgische vluchtelingen en vanwege het demontabele karakter kunnen de huisjes na de oorlog in België dienen als eerste opvang tijdens de wederopbouw. In totaal 153 van deze huisjes worden in Ede op de hei naast het vluchtoord opgetrokken en zo ontstaat het zogenaamde ‘Deense dorp’.

Ede is te duur

Hoewel van de drie vluchtoorden het vluchtoord in Ede het best functioneert, wordt vanaf september 1916 al gesproken over opheffing. Enerzijds heeft dit te maken met de onderbezetting van het vluchtoord (direct na de start zijn al barakken afgebroken; deze vonden een nieuwe bestemming in de legerplaats Harskamp), maar van groter belang is het kostenaspect. De regering is van mening dat de bedrijfsvoering in Ede te duur is, maar van meerdere kanten - o.a. door regeringscommissaris kolonel Mingels - wordt dit aangevochten.

Ontruiming van het vluchtoord wordt uitgesteld, maar per 1 december 1916 wordt kolonel Mingels ontslagen en komt het vluchtoord onder bevel van regereringscommissaris van vluchtoord Nunspeet, generaal Drijber. Er is echter slechts sprake van uitstel van executie, want op 4 januari 1917 valt het besluit vluchtoord Ede op te heffen. Zo’n 3300 vluchtelingen vinden een nieuw onderdak in Nunspeet, waarheen ook een groot aantal barakken uit Ede wordt overgebracht. Een deel van de vluchtoordbevolking blijft achter in het Deense dorp, dat tot na het eind van de Eerste Wereldoorlog op de hei is blijven functioneren. Een ander deel keert terug naar België en een groot aantal vertrekt naar Engeland.

Vergeten geschiedenis?

Pas in 1974 komt er in Ede aandacht voor dit stukje geschiedenis uit het begin van de twintigste eeuw. Gedurende een aantal jaren bezoeken Belgische vluchtelingen uit die tijd Ede en in 1984 wordt het gedenkteken op de Eder hei opgericht.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Bruggen, Gerard van,  De hei is groot genoeg, Gerard van Bruggen. - Barneveld, 2008
  • Vluchten voor de Groote oorlog - Belgen in Nederland/J.B.C. Kruishoop (red). - Amsterdam, 1988
  • Verwayen, Willem,  Op de vlucht – vluchtoord Ede ’14-’18. - Ede, 1984
  • Roover, Rik de, Vluchtoord Ede 1914-1918 – waar we eenmaal kinderen waren. - zp, zj
  • Righolt, Annette,   Ede en Heidestad - de blanke stad der Belgische vluchtelingen. zp, 2003

Fotocollectie

  • GA15906
  • GA31329
  • GA15876

Auteur

Gerard van Bruggen, 2009