Veldnamen

Een veldnaam is de naam van een stuk grond (weiland, bouwland, bos en dergelijke), maar evenzeer in de praktijk van een veldwerker de naam van een moeras, poel, sloot, beekje, weg, steen, huis, boerderij, brug, soms zelfs van een afzonderlijke boom of struik.

Soorten veldnamen

  1. Het verschil van hoog naar laag;
  2. De gesteldheid van de bodem;
  3. De begroeiing;
  4. Het gebruik van de bodem;
  5. De dieren die er huizen;
  6. De dieren die men er laat grazen;
  7. De grootte;
  8. De vorm;
  9. De ligging;
  10. De afsluiting, omheining, grens(- teken);
  11. Het water;
  12. De weg, dam, brug, sluis;
  13. Een bouwsel;
  14. De bezitter of gebruiker;
  15. De betaalwijze;
  16. Een maat.

Hoe komt een veldnameninventarisatie tot stand?

De veldwerker gaat, voorzien van bijvoorbeeld kadasterkaarten of kaarten van de Cultuurtechnische Dienst de informanten langs zoals:

  1. Boeren;
  2. Jachtopzieners;
  3. Boswachters.

Met de informanten worden gesprekken gevoerd over:

  1. Hoe wordt (werd) het perceel gebruikt?
  2. De grondsoort;
  3. Verdwenen percelen.

De taak van de veldwerker is veldnamen te verzamelen, maar niet te verklaren. Inventarisatie en naamsverklaring mogen nooit door elkaar lopen. Het P.J. Meertens Instituut te Amsterdam kan onderzoekers voorzien van fiches, bemiddelen bij de aanschaf van de benodigde kaarten en verdere informatie verschaffen. Bij de uitgave van het Basismateriaal Veldnamenatlas van de gemeente Ede werden de minuutplans uit 1832 van de vijf kadastrale gemeenten als ondergrond gebruikt. De veldnamen zijn afkomstig uit:

  1. De kadastrale atlassen 1832;
  2. De verpondingsregisters van het ambt Ede;
  3. De notariële akten van de standplaatsen Ede en Lunteren;
  4. Bedrijfskaarten van het Edesche Bosch;
  5. Kaarten uit het archief van het Burgerweeshuis te Arnhem;
  6. Het Kadaster te Arnhem;
  7. De hakhoutboeken van huize `Kernhem`.

De veldnamen werden in overlay aangebracht op de minuutplans. Het belang van de Edese veldnameninventarisatie is, dat de historische of genealogische onderzoeker nu in 1 klap heeft:

  1. Een veldnaam;
  2. Een kadastraal nummer;
  3. Een eigenaar of gebruiker;
  4. De grootte;
  5. Het gebruik;
  6. Belastinggegevens.

In samenhang met de reconstructie der huisnummering  1962 – met als één van de belangrijkste bronnen de belastingkohieren – van de heer J.G. Hartgers te Ede kunnen ook de bewoners van een groot aantal boerderijen of huizen getraceerd worden.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Elsevier alfabetische plaatsnamengids van Nederland. - Den Haag 2005.
  • Künzel, R.E., D.P. Blok en J.M. Verhoeff  Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200. - Amsterdam, 1988.
  • Otten, D. Landschap en plaatsnamen van de West-Veluwe. - Arnhem 1989.
  • Rentenaar, R.  Vernoemingsnamen: een onderzoek naar de rol van de vernoeming in de Nederlandse toponymie. - Amsterdam 1984.
  • Schönfeld, M.  Veldmamen in Nederland. - Arnhem, 1980.
  • Stichting Oud Bennekom  Een Veluws dorp: een herinneringswerk voor  M.M. van Hoffen. - Bennekom, 1956.
  • Edelman-Vlam A.W. en C.H. Edelman. Toponymie van Bennekom. Blzn. 95 – 135.
  • Ossenkoppele, G.A. , e.a.  Basismateriaal Veldnamenatlas van de gemeente Ede. - Ede, 1997.
    • Deel 1: Minuutplans
    • Deel 2: Beschrijvingen
    • Index op de Veldnamenatlas
    • I: Gesorteerd op plaats
    • II: Gesorteerd op veldnaam

Kaartcollectie

K324 Perceelsnamenkaart van Bennekom, inclusief huis-, boerderij- en veldnamen / verzameld door  M.M. van Hoffen.

Auteur

Evert Somer, 2005