Kröller, Anton

Periode: 1862 - 1941
Plaatsaanduiding: De Hoge Veluwe, Hoenderloo/Otterlo

 

Nog geen 100 jaar geleden rekende men hem tot een der machtigste mannen van ons land. Nu is de naam van Anton Kröller en zijn echtgenote Helene Kröller-Müller vooral bekend dankzij hun bijzondere kunstverzameling. Dr. Anton Kröller behoorde tot de belangrijkste Nederlandse ondernemers van zijn generatie, en zijn invloed op het Nederlandse economische en buitenlandse beleid was zeer groot.

Anthony (Anton) George Kröller

Anton Kröller (GA29206)
Anton Kröller (GA29206)

Anthony (Anton) George Kröller werd op 1 mei 1862 geboren als zoon van een gegoede Rotterdamse timmerman/aannemer. Na de HBS doorliep Anton een aantal stages in Engeland, Frankrijk en Duitsland als leertraject voor de handel. In 1883 ging Anton werken bij zijn broer Willem, die de leiding had over het Rotterdamse filiaal van Wm H. Müller & Co; een cargadoors- en expeditiebedrijf uit Düsseldorf dat zich toelegde op ertsen. Toen Wim een grote prijs won in een loterij stak hij geld in de zaak en werd mede-eigenaar. De zaken liepen uitstekend: er kwam een rederij met eigen schepen bij en men opende bijkantoren in Amsterdam, Zaandam, Antwerpen en Londen. In 1888 trouwde Anton met de Duitse Helene Müller, de dochter van zijn ‘baas’ Wilhelm Müller. Zij kregen tussen 1889 en 1897 vier kinderen. In datzelfde jaar 1888 overleed schoonvader Wilhelm Müller plotseling en gaf broer Wim te kennen het drukke zakenleven niet langer aan te kunnen. Een jaar later werd de firma omgezet in een commanditaire vennootschap met Anton, op 27-jarige leeftijd, aan het hoofd met zetel in Rotterdam. In 1896 maakte Kröller naam als de eerste werkgever in de Rotterdamse haven die mankracht verving door elektrische kranen.

Eredoctoraat

In 1900 verplaatste Anton Kröller het hoofdkantoor van Müller & Co naar Den Haag. Hier kon hij zijn contacten met ministeries en diplomaten intensiveren. Niet alleen nuttig voor zijn bedrijf, maar ook omdat regelmatig een beroep op hem werd gedaan bij het oplossen van bilaterale economische problemen. Hij trad niet graag in de openbaarheid en werkte bij voorkeur zo onopvallend mogelijk; zo bekleedde hij geen openbare functies. Wel was hij nauw betrokken bij de oprichting van De Nederlandse Handels Hoogeschool in Rotterdam, de latere Erasmus Universiteit, waar Anton tot 1920 bestuursvoorzitter was. Als dank werd hem in 1922 een eredoctoraat verleend.

Leiding

In 1913 stierf zijn zwager Gustav Müller, die tot dan als vennoot de familie Müller vertegenwoordigde. In zijn plaats werd Helène benoemd en daarmee kwam, zakelijk gezien, de leiding van het alsmaar groeiende bedrijf in handen van één man: Anton Kröller.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog en de daarop volgende jaren bereikte Müller & Co zijn grootste omvang. Het bedrijf kreeg een notering aan de beurs, maar Anton deed alsof het een familiezaak was.
De huizen in Den Haag en Harskamp, de gronden op de Veluwe, de bouw van het jachthuis Sint Hubertus en de enorme kunstaankopen van Helene, alles werd met bedrijfskapitaal gefinancierd.

Diplomaat

Door zijn positie en deskundigheid werd Anton steeds vaker betrokken bij regeringscommissies en trad op als adviseur, zelfs de Volkenbond in Genève deed regelmatig een beroep op zijn diplomatieke vaardigheden. Ook onderhandelde hij met de Duitsers, iets wat voor de regering van het neutrale Nederland een delicate zaak was. Kröller werd commissaris bij de Rotterdamse Bank Vereniging (toen de grootste bank van ons land) en was actief betrokken bij de oprichting van de Nederlandse Hoogovens (1918) en de KLM (1919). Bij beide bedrijven werd hij vervolgens commissaris, naast een vijfentwintigtal andere commissariaten in binnen- en buitenland. In deze jaren verwierf hij zich de bijnaam ‘ongekroonde koning van Nederland’.

Hoge Veluwe

Anton Kröller kocht op de Veluwe gronden op, die nu het Nationale Park De Hoge Veluwe vormen. Hij ging daar graag jagen en nam regelmatig relaties mee. Mede om deze relaties in stijl te kunnen ontvangen werd op het landgoed het jachthuis Sint Hubertus gebouwd. Het jachthuis was een ontwerp van H.P. Berlage en werd tussen 1916 en 1920 gebouwd. De Kröllers zouden vanaf die tijd veel op De Hoge Veluwe verblijven. Er werden ook plannen ontwikkeld voor de bouw van een groot museum, waar de gestaag groeiende collectie schilderijen en kunstvoorwerpen van Helene een plaats moest krijgen. Dit museum dat dicht bij het jachthuis moest komen werd ontworpen door de Belgische architect Henry van der Velde, nadat Berlage (in vaste dienst vanaf 1913) in 1919 ontslag had genomen. Tot groot verdriet van Helene zou dit museum nooit worden gebouwd; de economische crisis ging zelfs aan Anton Kröller niet voorbij.

Verliezen

Al tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog was de financiële positie van Müller & Co niet erg rooskleurig. Kröller had al enkele bedrijfsonderdelen moeten verkopen en na 1920 leunde het bedrijf steeds sterker op de kredieten van de Rotterdamse Bank Vereniging (Robaver). In 1924 wendde de bank zich tot de Nederlandse Bank om een staatsgarantie, omdat de bank aan de rand van de afgrond stond. Er werd een nieuwe directeur aangesteld bij Robaver, A.J. van Hengel, om de sanering te leiden. Achter diens rug om slaagde Anton Kröller erin de macht over het bedrijf te behouden, door Zweedse mijnbouwbelangen af te stoten. Om het bedrijf zoveel mogelijk bijeen te houden, paste Kröller meerdere bedenkelijke financiële kunstgrepen toe. Vanaf 1931 stapelden de verliezen zich in hoog tempo op en verdampte het overal vandaan gehaalde kapitaal met dezelfde snelheid. Anton Kröller, inmiddels in de zeventig, was gedwongen af te treden. Ondanks beschuldigingen van malversaties, onder andere door accountant R. Heijne, kwam het niet tot een veroordeling door de rechter.

Laatste jaren

Anton Kröller slaagde erin De Hoge Veluwe te verkopen aan een voor dit doel opgerichte stichting. De financiering vond plaats door middel van een hypotheek verstrekt door de NUM (Nederlandse Uitvoer Maatschappij). Dat was semi-overheidsgeld, dat beheerd werd door het ministerie van Financiën. Anton  en zijn vrouw Helene mochten op het landgoed blijven wonen. Tevens zegde de Staat toe een museum te bouwen voor de kunstcollectie van Helene, die overigens al sinds 1928 in een stichting was ondergebracht. Antons laatste wapenfeit was het verdrag tussen Nederland, België en Frankrijk over de Rijnvaart in 1939. In december van dat zelfde jaar overleed Helene. Anton leefde daarna teruggetrokken, vooral op het jachthuis Sint Hubertus. Hier overleed hij op 5 december 1941, 79 jaar oud, een maand nadat hij al zijn papieren had verbrand. Hij ligt begraven op De Hoge Veluwe, naast zijn vrouw. Na de dood van Anton verloor Wm H. Müller & Co steeds verder in betekenis en in 1971 werden de laatste activiteiten beëindigd.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Nijhof, W.H.  Anton Kröller / Helene Kröller-Müller: miljoenen, macht en meesterwerken. - Apeldoorn, 2006
  • Bak, J.  De Hoge Veluwe: natuur en kunst. - Otterlo, 2005
  • Wolk, J. van der  De Kröllers en hun architecten. - Otterlo, 1992
  • Haak, A.C.  Anton Kröller en De Hoge Veluwe: geschiedenis van een bijzonder ondernemer. - Hoenderloo, 2002
  • Alings, W.  Het bewaarde landschap: het nationale park De Hoge Veluwe 1935-1985. - Amsterdam, 1985

Documentatieverzameling

  • Documentatieverzameling gemeentearchief Ede, archiefnummer 1001, map 6.6
  • Documentatieverzameling Kesteloo, nr. 106

Fotocollectie

  • GA29206 Anton Kröller

    Auteur

    Henk M. Klaassen, 2009

    Gerelateerde pagina's Kennisbank