Boot, burgemeester J.J.G.

Burgemeester Boot en echtgenote (GA34669)
Burgemeester Boot en echtgenote (GA34669)

Periode: 1902 - 2002
Plaatsaanduiding: Ede

Van 1946 tot 1951 is J.J.G. Boot burgemeester van Ede. Daarvoor en daarna is hij eveneens burgemeester: eerst in het Groningse Winsum en vervolgens in Wisch in de Achterhoek, waar hij ‘burgemeester in bezettingstijd’ was. Dan volgt Ede en tenslotte is Boot burgemeester in Hilversum. Als hij in 1968 wegens pensionering afscheid neemt van Hilversum zegt hij onder andere:"Midden onder de mensen heb ik geleefd: weten wat de mensen denken, hun beweegredenen doorgronden, dat is mijn lust en mijn leven...”

Afkomst en opleiding

Joost Boot wordt op 12 december 1902 geboren in Hoofddorp waar vader Boot een winkel drijft en landbouwer is. Na de lagere school in Hoofddorp doorloopt hij HBS-A in Haarlem, aangevuld met privélessen Grieks en Latijn. Een aantal opleidingen op het gebied van de gemeente-administratie volgt, afgesloten met een kandidaatsstudie economie aan de Economische Hogeschool te Rotterdam. De jonge Boot is dan echter al burgemeester in de Achterhoek.

Loopbaan

Na de eerste praktijkopleiding gemeente-administratie in Amstelveen volgt een benoeming tot ambtenaar bij de gemeente Rijnsaterwoude, gevolgd door gelijke banen in Leimuiden, Haarlemmermeer en de functie van hoofdcommies (financiën) in Amstelveen.

In november 1930 volgt dan de benoeming tot burgemeester van de gemeente Winsum in Groningen: met 27 jaar is hij de jongste burgemeester van Nederland. Na Winsum volgen achtereenvolgens burgemeesterschappen in het Gelderse Wisch (1937), Ede (1946) en Hilversum (1951).

In Wisch is Boot ‘burgemeester in oorlogstijd’, een term die niet altijd positief geïnterpreteerd wordt. Zelf spreekt Boot over ‘burgemeester in bezettingstijd’, eveneens de titel van een boek dat hij op aandringen van L. de Jong over deze periode schreef.

Zelf zegt hij over deze periode: “Ik ben er trots op burgemeester te zijn geweest in de bezettingstijd en in mijn functie de mensen te hebben kunnen bijstaan. Het was voor mij vanzelfsprekend bij mijn bevolking te blijven. Het feit dat je er was, en bij haar bleef, was voor de mensen een verademing in de steeds drukkender dictatuur. (…) Maar de grens zou moeten zijn, dat de bezetters van de mensen zouden afblijven”.

Deze grens werd bereikt toen burgemeester Boot eind 1944 werd opgedragen vijfhonderd inwoners van zijn gemeente aan te wijzen om voor de bezetter te werken. Boot weigert dit met als gevolg een opsporingsbevel. Hij duikt de resterende maanden van de oorlog onder. De Duitse bezetter steekt zijn huis in brand, waarbij de volledige inboedel en bibliotheek verloren gaat; na de oorlog is hij voor zijn optreden geridderd en door de bevolking vorstelijk onthaald met o.a. nieuwe meubels.

In Hilversum, waar Boot het burgemeesterschap het langst uitoefende kreeg hij de bijnaam showBoot, omdat hij graag in de belangstelling stond. Dit blijkt ook uit zijn deelname aan de televisieshow van Mies Bouwman (Mies en scene), waarin hij in 1973 de hoofdrol vervulde.

Burgemeester in Ede

In 1946 is het niet de eerste keer dat Ede te maken krijgt met Joost Boot; in 1923 solliciteert deze namelijk naar de betrekking van ‘klerk ter secretarie’ te Ede. In de sollicitatiebrief verklaart de jonge Boot 'dat hij vermeent voor deze betrekking de vereischte bekwaamheid te bezitten' en verzoekt hij beleefd 'hem wel tot bovengenoemde betrekking te willen benoemen'.

B&W van Ede laat zich informeren omtrent 'persoon, gedrag en geschiktheid' van de sollicitant en ontvangt zeer lovende berichten: “Boot is een flinke vroolijke jongen met een open, rond en eerlijk karakter; veel lust tot zijn werk en nog vol van ambitie om door meerdere studie vooruit te komen”.

De sollicitant wacht niet af maar verzoekt per brief ('daar de reis naar Ede per trein vrij kostbaar is') om inlichtingen omtrent aard van de benoeming en het salaris. Op grond van de ingewonnen referenties wordt Boot uitgenodigd voor een gesprek, maar de uitkomst van dit gesprek is voor Boot van dien aard “dat ’t niet in m’n belang is de sollicitatie nog langer te handhaven”.

Drieëntwintig jaar later volgt dan toch een benoeming en nu als burgemeester. Per 1 november 1946 is J.J.G. Boot de nieuwe burgemeester, na het vertrek van L.R. Middelberg op 30 september.

Op zaterdag 9 november vindt de officiële installatie plaats in gebouw Buitenlust, waarna een rondrit door de gemeente wordt gemaakt (een 'blijde intocht'), die met name door de buitendorpen ten zeerste op prijs wordt gesteld.

Het Nieuwsblad voor de gemeente Ede besteedt twee volle pagina’s aan de komst van de nieuw burgemeester en citeert vrijwel volledig de vele toespraken die gehouden worden. Zo eindigt loco-burgemeester Wiegeraadt zijn toespraak met: “U mijnheer de Burgemeester bent benoemd door de Koningin, maar krachtens Uw levenshouding weet gij U gezonden door de Koning der Koningen, van Wien U ook een missie hebt ontvangen. Bij de gratie van Hem, zult gij uw taak moeten volbrengen. Ik hoop dat het U gegeven moge worden onze gemeente jarenlang te besturen en dat U zegenrijk hier werkzaam mag zijn en rijken zegen ook U ten deel mag zijn”.

In zijn installatierede verklaart Boot: “We moeten van elkaar geen wonderen verwachten, doch wel moet men er zich over verwonderen wat tot stand kan komen en hoe het kleine tot iets groots kan uitgroeien door gestagen arbeid en door een weten wat men wil”.

Woningnood

Een van de grote problemen waar Boot in Ede mee aan de slag moet, is de enorme woningnood. Ede groeit snel en door aankoop van gronden in Ede-West wordt het mogelijk hier een grote uitbreidingswijk te realiseren. Ook handel en industrie breiden zich onder het bestuur van burgemeester Boot uit: 14 nieuwe bedrijven vestigen zich in Ede en brengen de zo nodige arbeidsplaatsen mee.

Niet alleen grondgebied  voor woningbouw wordt in de ambtsperiode van Boot door de gemeente aangekocht, ook gebieden als de Ginkel en de Hindekamp worden verworven om deze als natuurgebied veilig te kunnen stellen. Eveneens worden diverse gebouwen als gemeentelijk monument aangekocht, waaronder de Doesburgermolen.

Bij het vertrek van burgemeester Boot naar Hilversum zijn de plannen voor het Streekziekenhuis in een vergevorderd stadium. Met vooruitziende blik merkt Boot bij zijn vertrek op: “Denkt niet alleen aan het jaar 1952, maar denkt vooruit, denkt ook aan het jaar 2000. Veel, héél veel is er nog te doen in een dynamische gemeente als deze, die door de ontwikkeling van de techniek en het snelverkeer steeds dichter bij het Westen komt te liggen en daardoor misschien een nog veel grotere toekomst tegemoet gaat.”

Een lang pensioen

Na zijn pensionering op 1 januari 1968, keert Boot vanuit Hilversum terug naar de gemeente Ede en vestigt zich in het buitengebied van Bennekom, temidden van schapen en paarden. Hij gaat niet op zijn lauweren rusten, maar blijft actief in allerlei bestuursfuncties: ANWB, Natuurmonumenten, Prins Bernhardfonds, Midden- en KleinBedrijf.

Mevrouw Boot-Colijn (een nicht van premier Hendrik Colijn) waarmee hij 45 jaar getrouwd was, overlijdt in 1971; in 1977 hertrouwt J.J.G. Boot met Bertha Siertsema, hoogleraar aan meerdere universiteiten.

Vanwege zijn gezondheid verblijft hij veel in Spanje. Ook met Zuid-Afrika heeft Boot een bijzondere band en tegendraads als hij soms kan zijn, stelt hij zich op als een verdediger van het apartheidsregime. In het door hem geschreven Praatboek over Zuid-Afrika zet hij zijn standpunt uiteen hetgeen veel discussie teweegbrengt.

Op 20 januari 2002 overlijdt Joost Boot op 99-jarige leeftijd. In een memoriam in het VNG-magazine onder de titel “Regent van de oude stempel” wordt burgemeester Boot omschreven als 'een welberspraakte, dominante, krachtige persoonlijkheid, die veel tot stand heeft gebracht. In veel opzichten was hij een ouderwetse regent die autoritair kon optreden, maar hij was voor iedereen toegankelijk en je kon op hem rekenen.'

In het nieuwsblad Ede-Stad (30 januari 2002) wordt een ingezonden brief van G.A. Ossenkoppele opgenomen met daarin een opmerkelijk voorval uit zijn Edese periode:

'Ouderen onder ons die de onlangs overleden burgemeester Boot gekend hebben, zullen het met mij eens zijn dat hij blijkbaar geliefd was onder de bevolking. Altijd was hij bereid om iedereen te woord te staan. Maar hij was ook een doortastend man en ging moeilijkheden niet uit de weg. Ik doe hier een kort verslag van.

De Grotestraat in Ede was op bepaalde punten te smal en dat betrof het gedeelte naast de kerk waar het huis stond van H. Staf. Hij was boswachter van Kernhem (ik ben hem opgevolgd) en in dienst van graaf Bentinck. Nu had hij voor zijn huis nog een flinke tuin en de gemeente wilde er een paar meter van af halen. Staf was niet alleen boswachter, maar ook `schatter` (tegenwoordig taxateur) en heeft onder meer meegeholpen bij de taxatie van de tiende-verpachtingen die toen werden opgeheven. Staf had al herhaaldelijk mensen bij zich gehad van de gemeente om over de prijs te onderhandelen, maar ze konden niet tot een akkoord komen.

Op een morgen om zeven uur kwam Staf met een sneltreinvaart naar mijn huis fietsen op Kernhem. Ik dacht: Die heeft wat bijzonders. En jawel hoor: `Kom s.v.p. om tien uur bij mij, want de burgemeester wil praten over de prijs`. Om klokslag tien uur zaten we bij elkaar. De burgemeester zei: `Meneer Staf, ik weet dat jij een ervaren schatter bent en we worden het vanmorgen eens over de prijs, want om half twee heb ik de firma Bruil opdracht gegeven dat ze kan beginnen. Hier heb ik het voorlopig koopcontract. Teken het maar, ik ga met jouw prijs akkoord` en meteen verdween hij. Staf en ik keken elkaar verbaasd aan en Staf zei: "Ik neem mijn petje voor hem af, wat een doordouwer hè?!" Dat was burgemeester Boot ten voeten uit!'

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Boot, J.J.G.   Burgemeester in bezettingstijd. - Apeldoorn, z.j.
  • Evenhuis, Bert  J.J.G. Boot, bestuurder – mijmeringen over de samenleving van toen en thans (1902-1992). - Kampen 1992

Documentatie

Auteur

Gerard van Bruggen, 2008

Gerelateerde pagina's Kennisbank