Borssele, Anton Willem jonkheer van

Burgemeester Van Borssele (GA10109)
Burgemeester Van Borssele (GA10109)

Periode: 1860 - 1896
Plaatsaanduiding: Ede - oost

In de Edese Post van 2 februari 1996 verschijnt een artikel van R.H. Nijhoff onder de titel 'De burgemeester houdt het voor gezien'. In het artikel wordt stilgestaan bij het feit dat honderd jaar eerder – in 1896 – er een eind komt aan het bijna 36-jarig burgemeesterschap van Jonkheer A.W. van Borssele, dat begint met de installatie op 23 mei 1860. Dat dit burgemeesterschap het langste in de Edese geschiedenis is geworden, is niet de bedoeling van Van Borssele. In 1887 biedt hij zijn ontslag aan aan de koning, maar in verband met de onlusten vanwege de Doleantie (zie verder) wordt dit ontslag niet geaccepteerd. In een openbare raadsvergadering van zaterdag 9 juli 1887 verklaart de burgemeester dat het besluit zijn ontslagaanvraag in te trekken “hem evenveel strijd heeft gekost als dat om ontslag aan te vragen”.

Afkomst

Anton Willem van Borssele ziet in 1829 het levenslicht in het Duitse Frankfurt am Main als telg uit een zeer oud geslacht. Frank van Borssele, die in 1430 in het geheim met Jacoba van Beieren huwde, behoort waarschijnlijk tot de voorouders van de Edese burgemeester. De vader van burgemeester Van Borssele (eveneens Anton Willem geheten – of deftiger Antoine Guillaume) was kamerheer van koning Willem I. Een jaar voor zijn huwelijk maakt hij met zijn aanstaande vrouw Elizabeth Numans een reis door Duitsland. Tijdens deze reis is in Frankfurt op 6 juli 1829 Anton Willem junior geboren.
De Hervormde familie Van Borssele (vader was in de Waalse kerk te Den Haag gedoopt) behoort tot de liberale bovenlaag van de bevolking en komt uiteindelijk in Barneveld terecht. Hier wordt Anton Willem raadslid. Vanuit die functie verbindt hij in 1857 als ambtenaar van de Burgerlijke Stand van Barneveld zijn zuster Antonia in het huwelijk. Enkele jaren later trouwt eveneens in Barneveld een jongere zuster Elisabeth Cornelie met de weduwnaar Carel August Nairac, burgemeester van Barneveld. Zelf is Anton Willem dan al vier jaar getrouwd; kort voor zijn komst naar Ede treedt hij in het huwelijk met de vier jaar jongere Francoise Stephanie baronesse van Brakell van Wadenoyen en Doorwerth. Dit huwelijk wordt op 22 maart 1860 voltrokken in Doorwerth; in de huwelijksakte wordt als beroep van de bruidegom vermeld: grondeigenaar, wonende te Barneveld.

Welkom in Ede

Twee maanden later woont het jonge echtpaar in Bennekom - op huize Noordereng naast kasteel Hoekelum - en in een openbare raadsvergadering van 23 mei 1860 wordt de 30-jarige jonkheer als burgemeester van Ede geïnstalleerd. De tijdelijke raadsvoorzitter Horsting verwelkomt de burgemeester als volgt: “Mijnheer de Burgemeester! Wij wenschen U hartelijk met Uwe benoeming geluk. Moeijelijk is de werkkring, dien gij aanvaart … doch al is die taak zwaar met een goeden wil, en met medewerking van allen die er toe geroepen zijn, bereikt men het goede doel en komt men groote bezwaren te boven. Die medewerking bieden wij u volgaarne aan.”
Burgemeester Van Borssele begint zijn eerste officiële toespraak met de woorden: “Edel achtbare Heeren leden van den Raad der gemeente Ede, ik acht mij gelukkig door Z.M. onzen geëerbiedigden Koning benoemd te zijn tot Burgemeester dezer gemeente; eene gemeente, die mij, ik durf het vermoeden, met toegenegenheid wil ontvangen, - ik acht mij gelukkig! dat is ik verheuge mij in dezen oogenblikke onder Uw midden geplaatst te zijn”. Na enkele woorden te wijden aan zijn voorganger, de jong overleden burgemeester Prins (“de waardige, brave Prins, mijn vriend!”), vervolgt Van Borssele: “De taak mijne Heeren, die ik staat te aanvaarden, gelooft het niet dat ik die ligt achtte, het zij verre, gedurig ter overpeinzing neder gezeten, deinsd ik terug voor de zware taak die mij wacht, alleen het vertrouwen dat God mijne beden om wijsheid en verstand zal verhoren, alleen het vertrouwen, dat ik steeds steun en mede hulp bij UE zal vinden, geven mij moed en krachten om deze betrekking te aanvaarden. … ik onthoud mij van schoone beloften en sierlijke bewoordingen uit te spreken, veel liever hoop ik dat mijne handelingen blijken zullen dragen van de goede voornemens die ik voor deze gemeente heb opgevat. Onze vergaderingen laat ze zijn vriendschappelijke bijeenkomsten, laten wij elkanders gevoelens eerbiedigen ... en gaan wij boven alles als opregte Hollanders regt door zee.”  Na een beroep op vriendschap (“ik heb die noodig”) gedaan te hebben, sluit de nieuwe burgemeester af met de woorden: “Hebt geduld met mijne gebreken, mogt ik iets doen, dat Uwe afkeuring verdient, spreek tot mij en niet over mij. Die aan den weg timmert moet aanstoot leiden, daarom mijne Heeren! bescherm mij.”

Van oost naar west, van noord naar zuid

Albert Schothorst (GA10091)
Albert Schothorst (GA10091)

Veel bescherming heeft burgemeester Van Borssele niet nodig, want hij is zeer gezien in de gemeente. Dat zal mede ontstaan zijn door de manier waarop hij zich presenteert en met de mensen omgaat. Wekelijks is er een spreekuur waar iedereen bij de burgemeester (en de beide wethouders) terechtkan. Een hecht team vormt het drietal Van Borssele, Van Schothorst en Thomas, een B&W-college dat twintig jaar (1865-1885) van gelijke samenstelling blijft. Evenals naar burgemeester Van Borssele is ook naar deze wethouders een straat vernoemd: de Van Schothorstlaan in Lunteren en de Thomaslaan in Ede.

Hechte gemeenschap

Welke de genoemde goede voornemens zijn, vermeldt het hiervoor geciteerde raadsverslag niet. Ongetwijfeld zullen die te maken hebben gehad met de ontwikkeling van de gemeente Ede. Bij zijn komst naar Ede vindt Van Borssele namelijk een gemeente in ontwikkeling. Het duidelijkste symbool van deze ontwikkeling is het ver buiten de dorpskern liggende eenvoudige station aan de spoorlijn Utrecht-Arnhem. Het rustige en rustieke Ede is nog volop een agrarische samenleving, een hechte gemeenschap waarin men voor de burgemeester en de andere notabelen de pet afneemt. Ede is een dorp waarin “geen voorwerpen van geschiedenis of kunst zijn gevonden”, aldus een mededeling van de burgemeester naar aanleiding van een jaarlijkse vraag daarover door de landelijke overheid. De wegen zijn nog onverhard, met uitzondering van de rijksstraatweg van Amersfoort naar Arnhem die dwars door het dorp loopt. 

Eén kerk met één dominee

Er is nog één kerk (de Oude Kerk aan de rand van het dorp) met één dominee: de rechtzinnig-hervormde ds. J.D.B. Brouwer die van 1852-1864 te Ede werkzaam is.
In de eerste raadsvergadering onder leiding van burgemeester Van Borssele wordt een gemeentesecretaris benoemd. Zijn voorganger burgemeester Prins vervulde beide functies, maar Van Borssele is van mening dat hiervoor een specialist met kennis van zaken nodig is. Deze wordt gevonden in J.C. ten Cate uit Eijbergen, die op 25 juni 1860 wordt beëdigd. In deze zelfde vergadering wordt besloten een gemeentearchitect (een 'bouwmeester voor het onderhoud der publieke gebouwen, wegen en andere openbare gemeentewerken') aan te stellen. Dit besluit wordt echter nog niet direct uitgevoerd.

Overige werkzaamheden

Op het gebied van het onderwijs gaat het om bouw en verbouw van scholen in vrijwel alle delen van de groeiende gemeente (school aan het Maandereind, in Ederveen, De Valk, Bennekom, Lunteren en Gelders Veenendaal). Eveneens worden de eerste stappen op de weg van het voortgezet onderwijs gezet. Aangezien de schoolstrijd nog gestreden moet worden, zijn alle scholen nog gemeentelijke (‘openbare’) scholen en zijn alle benoemingen voorbehouden aan het gemeentebestuur – in hoeverre de burgemeester zelf zich hiermee bemoeit is niet bekend. Eveneens op tafel van de gemeenteraad onder leiding van Van Borssele komen de verzoeken om salarisverhoging waarop nu eens wel en dan weer niet wordt ingegaan; als de gemeentekas in 1885 niet al te zeer gevuld is, besluit de raad zelfs tot een salarisverlaging. Naast deze belangrijke en veel aandacht opeisende onderwerpen, is er in de periode Van Borssele onder andere ook:

  • de vervanging van olie door petroleum voor de straatverlichting (1863),
  • de realisering van het eerste gemeentehuis (1864 – aankoop en verbouw van een huis van wethouder Horsting aan de huidige Notaris Fisscherstraat tegenover hotel “De Posthoorn”),
  • de grote torenbrand van 28 mei 1886 – veroorzaakt door blikseminslag,
  • het bombardement op de Stompekamp (1890 - een aanval van de Edese bevolking op de komst van Het Leger des Heils: burgemeester Van Borssele verschijnt persoonlijk te paard en weet de rust te herstellen).

Dat er in de periode Van Borssele op maatschappelijk en gemeentelijk vlak veel verandert, blijkt wel uit de uitspraak “wat al verandering van tijd en stonden” bij het jubileum dat de burgemeester in 1885 viert.

Jubileum

Op zaterdag 9 mei 1885 viert Ede uitgebreid en 'met opgewektheid' het feit dat de burgemeester zijn vijfentwintigjarig ambtsjubileum viert. Door een versierd Ede maakt de burgemeester een rondrit, waarbij ook de buitendorpen worden aangedaan waar eveneens erebogen zijn opgericht.
In een speciale raadsvergadering op 23 mei (precies 25 jaar na de raadsvergadering waarin Van Borssele werd welkom geheten) wordt de burgemeester toegesproken door wethouder Van Schothorst waarin hij uiteraard ingaat op “hetgeen tot bloei en welvaart der Gemeente kon strekken, door u met beleid werd op touw gezet en uitgevoerd. (…) Dat hiervoor veel beleid en kennis van zaken werd geeischt en hieraan veel moeite en zorgen verbonden zijn, weet ieder; maar niet allen weten de zorgen en moeite, die in de uitvoering van sommige werken zich hebben voorgedaan, waar processen dreigden en de zorgen meer dan gewoon waren. De Gemeente heeft dit ook gevoeld, en dankbaar erkend door op Uw zilveren feest, 9 mei, daarvan ondubbelzinnige bewijzen te geven”.
Eén van die bewijzen is het cadeau dat burgemeester Van Borssele van de bevolking krijgt: een album met foto’s uit de gehele gemeente.  Ook van de gemeenteraad krijgt de burgemeester een geschenk in de vorm van een groepsfoto (“een photographische groep van den Raad, waar Gij steeds mede in aanraking komt, tot dat doel geschikt was en U het meest welkom”).
In zijn speech ter beantwoording van de woorden van wethouder Schothorst zegt Van Borssele onder andere: “Zegen heb ik in ruime mate mogen ondervinden. Wat er in die 25 jaren tot stand gekomen is, daar zou ik mij niet op mogen beroepen. De leden van den Raad toch namen de besluiten en B. en W. hebben die besluiten uitgevoerd. Wanneer mij over de uitvoering dier besluiten tevredenheid wordt betuigd, dan zeg ik daarvoor dank, in de hoop het ook in het vervolg op dezelfde wijze te mogen doen”.
Na de toespraken wordt door de aanwezigen een dronk uitgebracht op het welzijn van de gemeente en de jubilaris. Ook de gewone burgers worden getrakteerd: ruim 1700 schoolkinderen krijgen 'chocolade en krentebroodjes' en de vele armen in de gemeente krijgen 'spek en erwten'.

Doleantie

Na het zilveren jubileum blijft Van Borssele nog elf jaar in Ede, ondanks het feit dat hij in 1887 zijn ambt wilde neerleggen. Zoals opgemerkt had dit te maken met de Doleantie die de burgemeester dwong “maatregelen te nemen die hem tegen de borst stuitten” (GvE-II, pag 167). Deze maatregelen hadden voornamelijk betrekking op de gespannen verhoudingen tussen de twee partijen. Als in 1886 in Ede een groep lidmaten de Hervormde Gemeente verlaat en de Gereformeerde Kerk sticht, komt er een eind aan de ene kerk die Ede tot nu toe kende. In Bennekom gaat het zelfs om bijna de helft van het aantal kerkleden. Deze splitsing in Hervormd en Gereformeerd heeft heel wat spanning veroorzaakt. Ruzies en hatelijkheden, scheldwoorden en afranselingen komen regelmatig voor. De openbare orde is in het geding en de politie moet zo nu en dan optreden. Er zijn grote problemen rondom het gebruik van de Bennekomse kerk. Als de gereformeerden het gebouw niet mogen gebruiken, gaan zij over tot het verstoren van de hervormde diensten. In Ede komt het niet tot grote ongeregeldheden.
De splitsing in de Edese bevolking werkt ook door in de politiek. Door het ontstaan van politieke partijen (Voor Koningin en vaderland, in de volksmond anti-doleerende partij genoemd) verandert de gemeenteraad van samenstelling en daarmee de gemoedelijke sfeer.
Burgemeester Van Borssele is gebleven: “door den aandrang van vele gemeenteleden … en op aanzoek van hoogere besturen … is hij op zijn besluit teruggekomen, en wil hij gaarne dat offer aan de gemeente brengen, vertrouwende te mogen rekenen op den steun van den raad en van alle ingezetenen, dien hij in deze tijdsomstandigheden, meer dan ooit behoeft”.

Afscheid

Ook in 1893 probeert Van Borssele uit Ede weg te komen door te solliciteren naar het burgemeesterschap van Renkum, de gemeente waarin zijn landgoederen liggen. Als dit niet lukt besluit de burgemeester ontslag te nemen, hetgeen hem op 1 februari 1896 wordt verleend. De dag daarvoor wordt afscheid van hem genomen in een speciale raadsvergadering waarin de 67-jarige vertrekkende Van Borssele kort terugblikt op “zijn werkzaamheid in de Gemeente, het vele goede dat hij door de welwillende medewerking van den Raad in het belang der Gemeente, vooral ten opzichte van het onderwijs, scholenbouw en aanleg van wegen onder zijn bestuur heeft mogen zien tot stand komen”. In het verslag van de speciale raadsvergadering wordt opgetekend dat de raadsleden en ambtenaren “den voorzitter gaarne een souvenir wenschen aan te bieden, welk souvenir tot hun leedwezen door omstandigheden niet is kunnen gereedkomen”. Dit souvenir is het in zilver uitgevoerde wapen van Ede, dat nog aanwezig is in het Historisch Museum Ede, evenals het album ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum. Deze door de erfgenamen van Van Borssele aan Ede geschonken stukken vormden het begin van de collectie van de vereniging Oud-Ede. Behalve burgemeester van Ede is Jonkheer Van Borssele meer dan 30 jaar lid van de Provinciale Staten van Gelderland. Van 1893-1897 is hij lid van de Tweede Kamer en gedurende vele jaren is hij als Kamerheer in buitengewone dienst van Koning Willem III. Vanwege de vele functies die hij bekleedt wordt hij Officier in de Orde van de Eiken Kroon en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Vanuit Bennekom verhuizen Jonkheer en Baronesse Van Borssele – Van Brakell, waarvan het huwelijk kinderloos is gebleven, naar Oosterbeek waar zij zich vestigen op het landgoed 'Oorsprong'. Hier overlijden beiden kort na elkaar: mevrouw Van Borssele op 7 november 1902 en ex-burgemeester Van Borssele op 15 maart 1903. De Van Borsselelaan kreeg zijn naam middels een raadsbesluit van 29 april 1937. De naam was echter al eerder (1906) vergeven aan een straat in het zuidelijk van de spoorbaan gelegen deel van Ede – nu Julianastraat.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Geschiedenis van Ede – deel II: Het ambt en de gemeente Ede. - Ede, z.j.
  • Verbeek jr D., T. Pluim en H. van Gortel  Geschiedenis der Neder-Veluwe – Ede en omstreken – deel I (opgedragen aan Jonkheer A.W. van Borssele) en deel II. - Barneveld 1888-1889
  • Bank, dr. J.H. van de  Kudde in veelvoud. - Ede, 1986
  • Nijenhuis, J.H.  Oud-Ede – vertellingen uit ons dorp. - Zaltbommel, 1979
  • Snijders, M.H.  De kerk in ’t midden – restauratie van een cultuurmonument. - Velp, z.j.
  • Schreuders, L.C.  Rond de grijze toren – 1000 jaren geschiedenis uit de boeken van de buurt Ede-Veldhuizen. - Ede, 1958
  • Kamerbeek, Erik  Het belang der gemeente zeer ter harte – bestuur en bestuurselite in een Veluws dorp, Ede 1795-1914. - Utrecht, 1992

Archieven

  • Gemeentebestuur Ede en rechtsvoorgangers, ca. 1650-1948, archiefnummer 1
    • notulen gemeenteraad 1860 - 1896
    • besluiten van burgemeester en wethouders 1866 - 1870

Documentatie

Fotocollectie

  • GA 10091 A. van Schothorst

Auteur

Gerard van Bruggen, 2009

Gerelateerde pagina's Kennisbank