Middelberg, Leopold Roland

Periode: 1938 - 1946
Plaatsaanduiding: Gemeente Ede

Leopold Roland Middelberg werd geboren in Amsterdam op 30 september 1881. Omdat zijn vader nauwe banden onderhield met Zuid-Afrika woonde het gezin Middelberg lange tijd in Transvaal. Leopold Roland volgde dan ook in Pretoria het Staatsgymnasium in de periode 1894-1899. Hij vocht in 1899 tijdens de Anglo-Boerenoorlog mee aan Zuid-Afrikaanse zijde en werd ingedeeld bij het Hollander Corps. Volgens de familietraditie werd Leopold Roland civiel ingenieur. Hij werkte als ingenieur bij de Hollandse Spoorwegen in Suriname en bij de Staats-Spoorwegen in Nederlands-Indië en bracht het tot bureauchef in Batavia en Bandoeng.
Leopold Roland Middelberg was getrouwd met Catharine Jeanette Idenburg. Het echtpaar kreeg vijf kinderen.

In de politiek

In 1931 werd Leopold Roland Middelberg, na het overlijden van burgemeester Bos van het dorp Soetermeer, benoemd tot burgemeester van Zegwaard en Soetermeer. Onder zijn bewind werden de twee gemeenten op 1 mei 1935 samengevoegd tot de gemeente Zoetermeer en werd hij benoemd tot burgemeester van deze nieuwe gemeente. 

Benoeming in Ede

Middelberg op weg naar zijn installatie (GA14520)
Middelberg op weg naar zijn installatie (GA14520)

Gezien zijn leeftijd was Ede eindhalte voor de toen 57-jarige burgemeester Middelberg en de benoeming betekende een promotie voor hem, komende vanuit de toen nog kleine gemeente Zoetermeer. Ede wilde opnieuw een burgemeester met statuur als opvolger van Baron Creutz (Ede had vanaf 1860 een burgemeester die van adel was). Bovendien had Middelberg relaties in Den Haag, zoals verderop nog aan de orde zal komen en hij paste in het profiel van Ede.
Commissaris van de Koningin in Gelderland Schelto, baron van Heemstra, merkte hierbij op dat de ARP bij landelijke verkiezingen van 1937 verreweg de grootste partij was in Ede. Dit wordt ook wel het zogenaamde “Colijneffect” genoemd naar de A.R.P. premier uit die dagen, die veel stemmen trok.De ARP-er Middelberg paste ook  in godsdienstig opzicht uitstekend bij Ede, hij was Gereformeerd. Op 15 december 1938 werd Middelberg bij Koninklijk Besluit van 27juli benoemd tot burgemeester van Ede. De burgemeester trad op 16 december in functie. Zijn wedde bedroeg op jaarbasis ƒ 6600,--Middelberg betrok met zijn gezin  de ambtswoning de “Hoge Paasberg” aan de Arnhemseweg 57.

Terug in Ede

In de gemeenteraadsvergadering van 24 juli 1931 valt de naam van Van Irhoven als naamgeving van wegen aan de orde is. In deze vergadering krijgt de Padberglaan zijn naam en stelt de heer Oostwaard voor de weg vanaf de Verlengde Maanderweg naar de Maanderbuurt naar Wilhelmus van Irhoven te vernoemen. Dit voorstel wordt niet overgenomen en bedoelde weg krijgt de naam Nieuwe Maanderbuurtweg. Als twee jaar later opnieuw een aantal nieuw aangelegde wegen op de Bree een naam moet krijgen is het voorstel van Burgemeester en Wethouders deze te noemen naar twee Nederlands Hervormde predikanten. Detmarlaan en Van Irhovenlaan zijn het resultaat.

Ontslag

Middelberg zou tot in 1941 burgemeester van Ede zijn. Over zijn burgemeesterschap in Ede is, tot aan zijn ontslag in 1941, weinig bekend. Uit een bron uit die dagen komt de burgemeester naar voren als een weinig opvallende, wat arrogante man, die zijn benoeming in Ede zou hebben te danken had aan zijn relatie met de staatsman Colijn. Een andere bron spreekt van een wat teruggetrokken, weinig opvallende figuur, die geen grote maatschappelijke belangstelling toonde. Op 7 april 1941 werd hij door de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlanden (Artur Seyss Inquart) ontslagen als burgemeester. Middelberg kreeg geen gemeentepensioen, omdat hij volgens de bezetter over voldoende eigen financiële middelen beschikte. Een nadere toelichting bij het ontslag werd niet gegeven. Wethouder Mens nam voorlopig zijn taak waar. Op 10 oktober 1941 werd de NSB’er Th.C. van Dierendonck tot burgemeester van Ede benoemd.
Middelberg vocht zijn ontslag niet aan, maar was het oneens met het niet toekennen van een gemeentepensioen. Na veel briefwisselingen werd Middelberg een eenmalig pensioen van ƒ 3000,-- toegekend. Er is niets bekend over protesten vanuit de gemeente Ede op het ontslag van hun burgemeester.

Gemeenteraad buiten spel

Op 13 augustus 1941 kwam de gemeenteraad van Ede voor de laatste maal tijdens de Duitse bezetting bijeen. De gemeenteraad werd echter niet ontbonden, maar “hun werkzaamheden bleven rusten”, aldus artikel 1 van de verordening, die voor heel Nederland gold. De letterlijke tekst van dit artikel luidde: “De werkzaamheden van de gemeenteraden en van de Provinciale Staten blijven rusten; verkiezingen voor deze vertegenwoordigende lichamen vinden niet plaats”. In Ede betekende dit haast absolute macht voor de NSB-er Van Dierendonck, die op 10 oktober 1941 geïnstalleerd zou worden als burgemeester.

Gijzelaar

Op 13 juli 1942 werd Middelberg gevangen genomen en als gijzelaar overgebracht naar het gebouw van het Groot–Seminarie te Haaren. Daar verbleven vooral Indische gijzelaars. Dit waren Nederlanders, die een belangrijke post in Nederlands-Indië hebben bekleed. Ook Middelberg had in Nederlands-Indië gewerkt als ingenieur. Middelberg verhuisde later naar het gebouw van het kleinseminarie “Beekvliet” te Sint- Michielsgestel. In november en december 1943 werden de meeste gijzelaars weer vrij gelaten. 270 gijzelaars werden naar kamp Amersfoort en kamp Vught overgebracht. Middelberg had geluk, hij werd op 23 december 1943 vrijgelaten en verbleef daarna weer enige tijd in Ede. Daarna ging hij tijdelijk naar Baambrugge, waar de familie Middelberg een woning bezat. Mevrouw Middelberg, die voorzitter was de Edese afdeling van de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers (UVV), hield zich vanaf september 1944 actief bezig met de opvang van vluchtelingen in Ede uit Arnhem en later zelfs uit Bennekom.

De bevrijding

Op 17 april 1945 werd Ede bevrijd en op 20 april van hetzelfde jaar herstelde de militaire commissaris voor Gelderland, ir. A.F.H. Blaauw, op advies van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) L.R. Middelberg weer in zijn functie. Hij werd in afwachting van zijn herbenoeming “drager van het civiele gezag”. Middelberg speelde in 1945/1946 een belangrijke rol in de Edese politiek. Zijn betekenis en de waardering voor hem waren in die dagen groter dan in de periode voor zijn ontslag in 1941. Dit bleek uit de vele commissies, waaraan hij deelnam en de vele plechtigheden, waarbij hij de gemeente Ede vertegenwoordigde. Waarschijnlijk had zijn ontslag als burgemeester door de Duitsers en het gijzelaarschap hem veel goodwill bij de burgerij van Ede en met name ook bij de BS opgeleverd.
Middelberg hield zich onder andere bezig met de ontvangst van de bevrijders van Ede: de Canadezen en Britten, en met het opzetten van het nieuwe gemeentebestuur. Hij kreeg daarbij hulp van de wethouders van voor 1941en “commissie van advies” bestaande uit een 12 tal oud-verzetsstrijders. Van het Rijk ontving Middelberg een ruime schadevergoeding wegens gederfde inkomsten. Op 22 juni 1946 werd Middelberg officieel herbenoemd als burgemeester van Ede. Hij vroeg meteen ontslag aan wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. (30 september 1946 werd hij 65 jaar). Op 1 oktober 1946 kreeg hij eervol ontslag. Hij vestigde zich in Breda, waar hij in 1963 overleed.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Lagerwij, Vincent en Gert Plekkringa,  Ede 1940-1945. - Barneveld, 1990
  • Boeree, Th.A.,   Kroniek van Ede gedurende de bezettingstijd. - Arnhem, 1983

Tijdschriften

  • De Zandloper, 2011/4

Documentatie

Fotocollectie

  • GA14520 Middelberg op weg naar zijn installatie, 1938

Auteur

Piet Griffioen, 2011

Gerelateerde pagina's Kennisbank