Platteel, burgemeester Pieter Johannes

Wat vooraf ging

Pieter Johannes Platteel werd op14 augustus 1911 geboren in Utrecht als zoon van een medewerker bij de NS. Hij volgde de hbs, werd opgeleid voor de Indische bestuursdienst en promoveerde op 27 november 1936 aan de Rijksuniversiteit Utrecht bij Carel Gerretson tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. Vanaf 1937 werkte hij als bestuursambtenaar in Nederlands-Indië, op Java, Bali en Lombok. Tijdens zijn periode te Bandoeng was hij opgeleid tot reserve-officier bij het KNIL. Toen Nederlands-Indië in 1942 werd aangevallen door Japan was hij adjudant te Bali. Platteel werd geïnterneerd, werd in augustus 1945 bevrijd, en vervulde opnieuw bestuursfuncties in Indië. Hij was gehuwd met Margaretha Laseur; het echtpaar had twee zoons.

Na de soevereiniteitsoverdracht keerde hij terug naar Nederland. Platteel werkte van september 1950 tot eind april 1951 bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Hierna werd hij adjunct-directeur van de gemeentelijke sociale dienst van Rotterdam, en in 1954 directeur van de sociale dienst. Per 1 mei 1958 werd Platteel door minister Gerard Helders benoemd tot gouverneur van Nederlands-Nieuw-Guinea, met als standplaats Hollandia. Hij zou de laatste Nederlandse gouverneur in de Oost blijken te zijn. Onder zijn bewind werd de Nieuw-Guinea –raad ingesteld.
Op 28 september 1962 verliet Platteel Nieuw-Guinea. Zijn bestuurstaak werd overgenomen door de Verenigde Naties. Per 1 oktober kreeg hij eervol ontslag.

Burgemeester in Ede

Terug in Nederland werd Platteel op 16 december van hetzelfde jaar benoemd tot  burgemeester van Ede. Hij was lid van de Anti-Revolutionaire Partij (A.R.P)en lidmaat van de Gereformeerde Kerk. Dit riep protesten op van de Christelijk-Historische Unie(CHU), die toen de grootste politieke partij van Ede was, omdat er weer geen partijgenoot tot burgemeester  benoemd werd.
 Op 17 december 1962 werd hij door loco-burgemeester M. Wiegeraadt geïnstalleerd in een buitengewone raadsvergadering.  

Het beleid van burgemeester Platteel

In Ede gaf hij krachtig leiding aan het proces van verstedelijking. Tijdens zijn bestuur kwam de wijk Ede-Veldhuizen tot stand. Om het tot stand komen van deze wijk te bespoedigen bedacht hij een speciale  onteigeningsprocedure. Dit stuitte  op fel verzet van o.a. de Boerenpartij. Platteel wilde Ede van haar dorpsimago afhelpen. Hij was ook groot voorstander van de modernisering van de kern van Ede, sanering van de dorpskernen en liet o.a. plannen maken voor de bouw van een nieuw gemeentehuis. Tevens had hij veel oog voor het belang van cultuur en sport. Er werd een Culturele Raad en een Sportraad  opgericht. De Jeugdraad werd vernieuwd. Een sporthal werd gebouwd en er kwamen meer sportvelden, aandacht voor zwembaden (1966 Enka-bad gerenoveerd). In 1966 werd de Reehorst door de gemeente Ede aangekocht en werd een speciale constructie bedacht voor het beheer.
De gemeenteraad werd meer betrokken bij gemeentelijke aangelegenheden dan tevoren het geval was geweest. Platteel  hechtte veel belang aan overleg met  zijn wethouders, omdat juist zij de plaatselijke omstandigheden kenden. Van 'betutteling' van Provinciale Staten toonde hij zich afkerig.

Burgemeester Platteel als persoon

In een interview in het Utrechtsch Nieuwsblad (regionale editie) van 26 juni1967 noemde burgemeester  Platteel zakelijkheid, menselijkheid en stiptheid de belangrijkste eigenschappen voor een burgemeester, die niet afhankelijk moest zijn van de volksgunst en om die reden dan ook nooit gekozen zou mogen worden.  Hij was onder de Edese bevolking minder populair  dan zijn joviale voorganger Oldenhof, maar wel zeer gezien onder de ambtenaren om zijn personeelsbeleid en organisatorische kwaliteiten.  In een editie van De Gelderlander uit 1972, toen Platteel al uit Ede vertrokken was, stond de volgende typering :” Platteel was een man van statussymbolen. Hij had een bijzonder grote invloed in de gemeenteraad  en was zeer autoritair. Hij ging er vanuit, dat men in Ede niets wist. Daarom moesten de beste en ook de duurste adviseurs naar Ede gehaald worden.”

Platteel was een knap bestuurder, die door zijn superieuren werd geroemd. Zijn echtgenote was hem in leven en werk een onontbeerlijke steun. Hij verrichtte zijn werk, gedragen door een religieuze overtuiging. Zijn optreden werd gekenmerkt door gereserveerdheid, hoffelijkheid en stijl. Hij kon goed situaties analyseren, nam snelle maar goed doordachte beslissingen, en had oog voor de realiteit. Aan de landelijke politiek zou hij niet actief deelnemen. Hij pleitte voor samenwerking met de Christelijk-Historische Unie en de Katholieke Volkspartij.

Benoeming in Hilversum

Burgemeester Platteel bleef in Ede  tot 16 mei 1968 en daarna volgde hij J.J.G. Boot op als burgemeester van Hilversum - traditioneel een ARP-functie. Op 26 augustus 1976 zat Platteel zijn laatste raadsvergadering  in Hilversum voor. Per 1 september van dat jaar ging hij met pensioen.
Platteel overleed op 67-jarige leeftijd te Hilversum.

Bronnen

Literatuur

  • Bloembergen-Lukkes, Janny  Paradoxale Modernisering: Ede 1945-1995. Groot Geworden, Herkenbaar Gebleven.  Hilversum, 2015.

Archieven

Auteur

Piet Griffioen, 2016

Gerelateerde pagina's