Kazernebouw

Periode: 1908 - 1912
Plaatsaanduiding: Nieuwe Kazernelaan 2, Ede

In 1906 werd het garnizoen Ede ingesteld en werden de infanteriekazernes in gebruik genomen. In 1908 volgden de kazernes voor de bereden wapens, de Veld Artillerie en de Cavalerie. Van deze laatste kazernes is een stuk geschiedenis in 1912 uitgebreid vastgelegd in een boek “Ede. Bereden Wapens”. Het grote en dikke boek (afm. 51x36x5,5) is met de hand geschreven en voorzien van 53 gekleurde tekeningen. Het boek én de transcriptie daarvan is in het gemeentearchief opgenomen als archiefnummer 106, zie de bronvermelding.

Op grond van de internationale situatie werd eind 19e eeuw besloten het leger uit te breiden tot 200.000 man. Nieuwe garnizoensplaatsen zouden bij voorkeur nabij spoorlijn en oefenterreinen moeten liggen. De raad van Apeldoorn had geen belangstelling. De burgemeester van Ede, F.S. Op ten Noort, begreep dat een garnizoen van grote economische betekenis voor het dorp zou kunnen zijn en de grootste armoede zou kunnen verdrijven. Gemachtigd door de minister meldde hij de buurten Ede-Veldhuizen en Maanen welke terreinen het ministerie zou willen hebben. De aankoop van 208 hectare voor ƒ 49.358,49, ofwel 2,4 cent per m2, werd eind 1900 bezegeld door notaris W.F.C. Fischer.

De opzet van de kazerne

Legeringsgebouw (GA40211)
Legeringsgebouw (GA40211)

De twee kazernes voor bereden wapens zijn in chalet-stijl gebouwd en daardoor luchtiger en minder kolossaal dan die van de infanteriekazernes uit 1906. Het ging in totaal om 48 grote en kleine bouwwerken die meestal een specifieke functie hadden. Omdat officieren buiten de kazernes werden gehuisvest, was in beide H-vormige legeringsgebouwen nog huisvesting nodig voor ongeveer 710 onderofficieren, korporaals en manschappen. Daarnaast moest er ruimte zijn voor ongeveer 500 paarden. Deze combinatie resulteerde in een aantal gebouwen met speciale bestemmingen zoals: smederijen, stallen, rijloodsen, opslagplaatsen voor hooi, haver en turfstrooisel, mestbakken, ruimten voor de “zwaardvegers”, schermruimte en een zuiveringsinstallatie voor afvalwater.

Enkele bouwkundige gegevens

De westzijde van het complex grensde aan de achtertuinen van de huizen aan de Stationsweg en de noordzijde aan de Eikenlaan. De Berkenlaan liep met een bocht naar de ingang aan de zuidzijde. De Veldartilleriekazerne lag rechts (oostelijk) van de ingang en de Cavaleriekazerne links. Als men de toegangspoort doorging viel het oog direct op beide kantines met hun overdekte terrassen.
De hoogten van het terrein, fundaties e.d. werden nog aangegeven t.o.v. het oude Amsterdams Peil (A.P.). Het gebruikte grondoppervlak voor dit complex was bijna 11 ha. waarop 15.000 m2 aan straatwerk werd aangelegd. Alle gebouwen zijn geheel in baksteen opgetrokken. Spouwmuren werden nog niet toegepast. Een uitzondering vormden enkele muren van 50 cm. dikte waarin een spouw van 6 cm. was opgenomen. Als men bedenkt dat alle wegen ook in baksteen werden uitgevoerd dan waren het jaren van hoogtij voor de baksteenindustrie. Bovendien was ongeveer 17.000 m2 aan daken voorzien van dakpannen.

Trappenhuis van beton (GA40210)
Trappenhuis van beton (GA40210)

Natuursteen werd veel toegepast voor lateien en neuten e.d. Enkele hoofddeuren werden uitgevoerd in djati (Javaans teak), verder werd voor het buitenwerk grenenhout gebruikt.
De keukeninrichting was geheel Duits. Bliksemafleiders werden ook al toegepast. Voor verlichting van terreinen en gebouwen werd het lichtgas of stadsgas gebruikt.
Naast de normale stallen was er een ziekenstal waar rekening werd gehouden met besmettelijke ziekten en “kolderige” paarden.

De toiletgebouwen waren grotendeels open. Aan de buitenzijde urinoirs en binnen, tegenover elkaar, 2 rijen toiletten die slechts van zijschotten waren voorzien. Het regenwater dat op het dak viel werd gebruikt voor doorspoeling van de urinoirs. De stank tijdens de warme en droge zomermaanden moet enorm zijn geweest.

Na klachten uit Ede over de stank van de slecht aangelegde en slecht beheerde vloeivelden bij de infanteriekazernes, heeft de minister voor dit kazernecomplex opdracht gegeven voor de bouw van een voor die tijd zeer moderne afvalwaterzuiveringsinstallatie. Het regenwater werd in een apart riool langs de installatie geleid. Gewapend beton, destijds nog beperkt toegepast, is gebruikt in enkele haast monumentale trappenhuizen en bij de zuiveringsinstallatie. Het werd volgens een apart bestek beschreven en uitgevoerd.

Kosten en procedures

Het bestek met 431 paragrafen, was zeer gedetailleerd. De verscheidenheid in bouwwerken, in muurdikten etc. maakte de berekeningen voor de aannemers zeer ingewikkeld en omvangrijk. Zonder computer zouden wij het nu ondoenlijk noemen. Bij het bestek was een staat met 216 posten voor het verrekenen van meer- en minderwerk. Daarnaast moest het ministerie steeds toestemming geven voor allerlei kleine onvoorziene aanpassingen. Zelfs voor een extern advies ter waarde van 20 gulden.

De werkelijke kosten, groot ƒ 1.053.458,79, scheelden minder dan één procent van de aanneemsommen. Er werd nog afgerekend op halve centen.
De gemeente Ede moest vergunningen afgeven en zij deed dat in een rap tempo. De bouwaanvraag voor het 1e bestek werd ingediend op 24 december 1906 en 3 dagen later al verleend. De twee tussenliggende dagen waren wel de kerstdagen! De bouwvergunning voor het 2e bestek vroeg ruim twee weken, maar de aanbesteding had ondertussen plaatsgevonden.
De vergunningen voor de mestbakken, in het kader van de Hinderwet, werden verleend en ondertekend door Hare Majesteit de Koningin en de minister van Oorlog.

In alle publicaties van Rijk en Gemeente (monumentenregister, monumentencommissie, rapporten etc.) wordt als verantwoordelijk bouwer voor de kazernes genoemd Van Stolk. Dit moet zijn Van Holk.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Monumentencommissie  Onderzoeksrapport Kazernecomplex Ede-West. - Ede, 1994
  • Lohuizen, K. van  Afvalwater, Riolering, zuivering en afwatering van het dorp Ede in de 20e eeuw. - Ede, 2005

Archieven

Fotocollectie

  • GA40211 Legeringsgebouw
  • GA40210 Trappenhuis van beton

Auteur

Kees van Lohuizen, 2010

Gerelateerde pagina's