Slag om Otterlo

Periode: april 1945
Plaatsaanduiding: Otterlo

Op 4 mei herdenkt Nederland de doden uit de laatste wereldoorlog. In Otterlo staat men vooral stil bij de slachtoffers van de zogenaamde ‘Slag om Otterlo’ van 15-17 april 1945. Dit was de meest ingrijpende gebeurtenis van de oorlog voor het dorp.

In april 1945 kwam het front na de verloren slag om Arnhem in de herfst van 1944 weer in beweging. De geallieerde troepen begonnen oostelijk van de IJssel aan een snelle opmars door de Achterhoek en Overijssel naar het noorden. De 5e Canadese tankdivisie, aangevuld met enkele Britse onderdelen, kreeg de opdracht om vanuit Arnhem een corridor open te breken over de Veluwe naar Harderwijk. Op deze wijze zouden Duitse troepen, die langs de IJssel lagen, worden afgesneden. De Canadese troepen rukten overdag op en hielden ’s nacht halt.

15 april

De divisie trok in onze omgeving op in twee colonnes, één over de Mossel richting Lunteren en één via Otterlo naar Wekerom, Barneveld en verder naar Voorthuizen. Er reed meestal een peloton verkenningstanks voorop. Als zij onder vuur kwamen te liggen moesten ze beoordelen of zij dat konden oplossen, al dan niet met achter hen volgende tanks en infanterie. Bij hevige weerstand kon ook steun worden aangevraagd van artilleriebatterijen van de divisie.

Bij de verovering van Otterlo liep het aanvankelijk volgens het boekje. Op het eind van de middag van 15 april vertrokken, nadat de Canadese troepen die dag Deelen, Schaarsbergen en het Kröller-Müller Museum (toen Rode Kruis ziekenhuis) hadden bevrijd, enkele tanks in de richting van Otterlo. De Duitsers hadden daar stellingen aangebracht en de tanks van de Canadezen raakten aan de oostkant van Otterlo bij de Houtkamp in gevecht met Duitsers, waarbij al de eerste doden en gewonden vielen en materieel verloren ging. Vervolgens werd deze vooruitgeschoven gevechtsgroep teruggetrokken naar het KM-Museum, ook omdat het donker werd.

16 april

De volgende morgen begon de bij het museum opgestelde artillerie salvo’s af te vuren op Duitse stellingen bij Otterlo, terwijl ondertussen de tanks begonnen op te trekken. Er is die ochtend flink gevochten in en om Otterlo, waarbij de Canadezen voor een deel ook over de Arnhemseweg het dorp binnen trokken. Vervolgens weken de Duitsers, voor zover niet gevangen genomen, naar het westen terug. Er moet toen een tijd zijn geweest dat de Dorpsstraat vol stond met Canadese tanks en andere militaire voertuigen.

De tanks gevolgd door trucks met brandstof en munitie reden door de Dorpsstraat en oude Edeseweg snel verder richting Wekerom en Barneveld, waarbij plaatselijk korte gevechten werden geleverd. Vervolgens werden het Divisiehoofdkwartier te Otterlo in ‘De Wever’ (nu ‘Carnegie Cottage’) en staf en verbindingsdiensten in en om Otterlo (in de school, de kerk e.a.) gevestigd. De acht artilleriebatterijen van elk vier stuks kanonnen of houwitsers werden verspreid door het dorp gevechtsklaar opgesteld. Aan het eind van de dag bevonden zich ongeveer 600 man aan Canadese soldaten in Otterlo. Maar de meeste tanks en gevechtstroepen van de divisie waren die middag 15 à 20 km verder op gerukt. De zuidelijke colonne had Lunteren bevrijd en de andere colonne Wekerom en Barneveld en stond bij Voorthuizen. Ze zouden de volgende dag Harderwijk bereiken.

17 april

Er was de 16e april bij het hoofdkwartier van de divisie een bericht binnen gekomen, dat Duitse eenheden uit de IJsselstreek en omgeving Apeldoorn zich rond Hoenderloo hadden verzameld en mogelijk naar het westen wilden doorbreken. Daarop werden door de Canadezen verdedigingsstellingen aan de noordoost kant van het dorp ingenomen en opdracht gegeven aan de artillerie tot voorbereiding van beschieting van de wegen ten noorden en oosten van Otterlo. Maar hoe dan ook, de Duitse troepen konden die avond in het duister vrijwel ongehinderd over de Apeldoornseweg naar Otterlo optrekken. Hun omvang en gevechtsbereidheid is vermoedelijk door de Canadezen onderschat. Ondertussen zat het grootste deel van de tanks en directe gevechtstroepen ver van het hoofdkwartier te Otterlo.

Die nacht, even na 24.00 uur, dus 17 april, kwamen de Duitse troepen, ongeveer 800 man sterk, via de Hoenderlose weg Otterlo binnen. Vermoedelijk met weinig motorvoertuigen, maar wel wordt gesproken over door paarden getrokken kanonnen en mortieren. Onmiddellijk begonnen de Duitsers aan te vallen en er ontwikkelde zich in het donker een heftige en zeer chaotische strijd. De Canadezen misten hun directe gevechtstroepen, waarvan onderdelen uit Lunteren en Barneveld werden teruggeroepen, maar die arriveerden pas in de ochtend.

Bij zo’n gevecht van man tegen man in het donker heb je niet zoveel aan batterijen kanonnen en houwitsers. Wel vuurden de kanonniers granaten af op de Apeldoornseweg en Hoenderloseweg, maar ze brachten soms ook eigen voorposten in gevaar. Ook de Duitsers vuurden met mortieren en een enkel kanon. Alle Canadezen, dus ook de koks en verbindingsmensen moesten met handvuurwapens meevechten. De divisierapporten spreken van sterk wisselende kansen en doden en gewonden, ook soms door eigen vuur.

Ommekeer

Zo rond 6 uur ’s ochtends, dan begint het in april al wat licht te worden, bracht een wonderlijk toeval een ommekeer ten goede. Canadese kanonniers in de omgeving van de Hoenderloseweg konden hun stellingen niet meer houden en waren uitgeweken in de richting van de Houtkamp, omdat daar een ander legeronderdeel moest liggen. Maar zij verdwaalden en liepen door de ingangspoort ver het Nationale Park De Hoge Veluwe in. Daar kwamen ze, tot eigen verbazing zes Engelse Churchiltanks tegen waarvan zij de bemanning konden inlichten over de situatie in Otterlo. Deze tanks konden met hun kanonnen en mitrailleurs, samen met Canadese vlammenwerpers, in Otterlo het tij doen keren. Deze tanks behoorden mogelijk tot de wat zuidelijker opererende Britse troepen, die op weg waren naar Ede en omstreken.

Toch werd de slag om Otterlo geen volledig succes voor de geallieerden want er zijn een aantal honderden Duitse soldaten doorheen gekomen en die hebben hun hoofdkwartier achter Rhenen kunnen bereiken.

Gevolgen

In het boek ‘Ede in Wapenrok’ wordt gesproken over 26 doden aan de zijde van de Canadezen en Engelsen, waarvan er drie op het kerkhof in Otterlo begraven liggen. Aan Duitse zijde vielen 90 doden. Van de dorpelingen zijn vier personen omgekomen; het aantal gewonden wordt niet precies aangegeven Ook onder de Duitsers waren veel gewonden, die door Canadese geneeskundigen werden geholpen, al zijn geen aantallen bekend. Er worden 114 Duitsers gevangen genomen.

Uit bronnen van de gemeente Ede valt af te leiden, dat er vlak na de oorlog in Otterlo 20 huizen geheel vernield waren. Dat lijkt niet zo veel, maar het dorp bezat in 1945 in en direct rond het centrum ongeveer 70 huizen met 4 à 500 inwoners. Verder waren ook vele huizen ernstig beschadigd waaronder de kerktoren en de school. Natuurlijk trachtte men de schade zo snel mogelijk te herstellen, maar in het pas bevrijde Nederland was een schreeuwend tekort aan bouwmaterialen. Een aantal gezinnen in het dorp heeft drie tot vier jaar in noodwoningen moeten leven.

Bronnen aanwezig in het Gemeentearchief

Literatuur

  • Weerd, E. v.d. en Crebolder, G.J.,  Ede in wapenrok. - Barneveld, 2005
  • Frijlink, G., Janssen, D., Meijer, G., Pluimers, W., Hummelen, H., Pluimers, B. ,  Otterlo, over oorlog en bevrijding. - Otterlo, 1995
  • Veldheer, P.A., Weerd, E. v.d.,  De slag om de Veluwe. - Arnhem, 1981

Documentatie

Auteur

Martijn Hijink, 2012

Gerelateerde artikelen Kennisbank