Tienden, De

Periode: Achtste eeuw tot 1939
Plaatsaanduiding: Ede

 

De Tienden (Tiendrecht) was een vorm van winstbelasting waarbij een tiende gedeelte van de opbrengst van boerderijen en oogsten moest worden afgestaan. Gebruikers van ‘hoeven en landen’ stonden oorspronkelijk hun Tienden af aan de Kerk. Later hebben wereldlijke Heren zich deze gelden toegeëigend en nog weer later kwamen ze in handen van particulieren en stichtingen.

De eigenaars of pachters van landerijen bezwaard met tiendrecht, hadden niet de vrije beschikking over de hele opbrengst van de oogst. Zij mochten slechts negentig procent van de oogst en opbrengst van de veeteelt zelf houden. Tien procent (het tiende deel) van de oogst bleef voor de tiendheffer staan en voor elk stuk vee dat op de plaats geboren was, moest een vastgesteld bedrag worden betaald.

Kerk

Voor zover bekend werd de Tiende in onze omgeving in de achtste eeuw ingevoerd. Deze sociale belasting diende ter financiering van de armenzorg, het levensonderhoud van de priesters en de instandhouding van de kerkgebouwen; elk voor één-derde deel. In de eerste helft van de 14e eeuw werden veel percelen land uitgegeven aan autochtonen. De elite rond de Hertog van Gelre slaagde erin veel land in bezit te krijgen. Velen uit deze kring verkregen het recht op de Tienden die op deze gronden rustten, uiteraard niet zonder tegenprestatie. In latere eeuwen werd het tiendrecht regelmatig verkocht als geldbelegging aan particulieren en stichtingen, zoals weeshuizen e.d.

Korentiend

Kaart met tiendplichtige gronden onder Wekerom, 1830 (K127)
Kaart met tiendplichtige gronden onder Wekerom, 1830 (K127)

Verreweg de belangrijkste Tiend in onze streken was de ‘Korentiend’, (ook wel Grove Tiend genoemd). Deze gold voor haver, rogge, gerst, boekweit, enz. De gebruikers van tiendplichtig land moesten de oogst in gelijke hopen of schoven opstellen, zonder ze uit te zoeken. Daarna moest hij de tiendhouder in kennisstellen en minstens 24 uur alles laten staan. Kwam de tiendheffer niet opdagen dan kon de boer zijn deel opbergen, als hij het tiende deel van de oogst maar liet staan. Voor de duidelijkheid markeerde de boer/pachter elke tiende schoof met een takje; deze schoof behoorde dan tot de Tiend. Zo goed als alle akkers in de gemeente waren tiendplichtig, in sommige buurten zelfs alle. Zelfs van landen die ontgonnen werden, zoals in Ederveen, werd Tiend geheven. Dit noemde men de ‘Novalientiend’.

Krijtende Tiend

De Smalle- of Krijtende tiend rustte op boerenhofsteden. Aan deze Tiend waren onderhevig paarden, koeien, schapen, ganzen, varkens, kippen, bijen, enz. Voor elk lam, kalf, big en veulen, dat op de hofstede was geboren, moest een vast bedrag worden afgedragen. Deze Tiend was nogal eens een bron van onenigheid; het was voor de tiendheffer vaak moeilijk te bewijzen dat een jong dier op de boerderij geboren was en niet elders was gekocht. De Tienden waren voor zowel de veefokker als de landbouwer een zware last, al kon met succes heel wat achter gehouden worden.

Kernhem

Alle boeren haatten de onbillijke Tienden en weigerden een enkele maal hun medewerking. Maar dan volgde al snel een aanmaning, gevolgd door een dagvaarding. Soms waren er op de boerderijgrond verschillende tiendeigenaars. Hierdoor was het mogelijk dat de Veldhuizer boer wel vier van de tiendheffers zijn land op zag rijden, om de Tiend op te halen. De bezitters van de Tienden inden meestal niet zelf de Tienden; deze werden jaarlijks verpacht. Heel wat Tienden behoorden toe aan Kernhem; de heren van Kernhem zagen streng toe op invordering.

Overige Tienden

Er waren nog meer soorten Tienden, zoals de Raattiend, geheven voor in bouwland herschapen bosgrond. De Gruittiend, geheven over de gagel, die bij het bierbrouwen gebruikt werd in plaats van hop. De Hondecaern ten behoeve van de honden van de vorsten. Ook was er het Ruimgeld, geheven elk schrikkeljaar voor het recht van ‘overpad’ door de grondeigenaar. In sommige buurten waren nieuwe, uit heide aangemaakte, landen vrij. De boer die deze hei in cultuur bracht en er koren op verbouwde was dus tiendvrij. Ook werd er wel van tiendplichtig land grasland of een boomgaard gemaakt, omdat daarover geen Tiend werd geheven. In de zestiende eeuw kende men nog andere Tienden, zoals; het tiende lam; de tiende zwerm van immen (bijen); uit elk huis een varken; uit elk huis een gans en uit elk huis een hoen.

Blokken

Toen de Tienden in later eeuwen in particuliere handen kwamen, ontstond versnippering van de tiendrechten door verkoop, schenking of vererving. De tiendeigenaar verenigde dan de Tienden van verschillende percelen in dezelfde buurt tot een tiendblok. De blokken ontvingen in de loop der tijden vaak de naam van de eigenaar of de buurt. Voorbeelden hiervan zijn: de Hachgenburgertiend onder Ede en Bennekom en de Grote Aanstotertiend onder Otterlo. In het boek ‘Geschiedenis van Ede’, deel III, uitgegeven door de vereniging Oud-Ede, worden meer dan vijftig van deze blokken opgesomd.

Afschaffing

Door betere methoden in de landbouw aan het begin van de 20e eeuw stegen de opbrengsten sterk, waarbij uiteraard ook de Tienden in volume stegen. Er ontstond veel onvrede onder de boeren die hun inspanningen zagen afgeroomd door tiendhouders die er verder niets voor hoefden te doen. In 1907 (in werking getreden 1909) werd de Tiendwet aangenomen die een einde maakte aan deze middeleeuwse vorm van belasting. Er werden schattingscommissies benoemd om de afkoop van de tienden op billijke wijze te regelen. Voor onze omgeving bestond deze commissie uit de heren A. Harp uit Rhenen, L. v.d. Haar uit Maanen en H. Staf uit Ede. Hendrik Staf (1876-1957) was ‘ bosbaas’ van het landgoed Kernhem en het Edesche Bosch. De grondeigenaar moest gedurende dertig jaar een afkoopsom betalen. Per 1 januari 1939 kreeg de boer de vrije beschikking over zijn oogst.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Literatuur

    • Ver. Oud-Ede,  Geschiedenis van Ede, deel II en III.  - Ede, 1933
    • Verbeek, D.,  Gortel, H. van, Pluim, T., Geschiedenis der Neder-Veluwe deel I en II. - Barneveld, 1888            
    • Schreuders, L.C.,  Rond de grijze toren.  - Ede, 1958
    • Hoekstra, P.,  Lunteren, een historische studie.  - Barneveld, 1989

    Archieven

    • Gemeenteontvanger Ede, archiefnr. 021

    Documentatie

    Kaartcollectie

    • K127: Kaart met tiendplichtige gronden onder Wekerom, 1830

    Auteur

    Henk M. Klaassen, 2014

    Logo van de Creative Commons Organisatie
    To the extent possible under law, the author has waived all copyright and related or neighboring rights to the text of his Kennisbank-articles. Bezoek de website van creativecommons.org

    Gerelateerde pagina's Kennisbank