Keetmolen

De Keetmolen (GA18414)
De Keetmolen (GA18414)

Periode: ca. 1858–heden
Plaatsaanduiding: Ede, Stationsweg 118

De Keetmolen is gebouwd als stellingmolen in de periode 1858-1860 in opdracht van de familie van de Craats, die tevens eigenaar was van de Concordiamolen in Ede.
Bij het gereedkomen van de Keetmolen in 1860 stond deze eenzaam op de Maanderheide halverwege het dorp Ede en Bennekom. De Keetmolen dankt zijn naam aan de schaftkeet die in gebruik was gedurende de aanleg van de spoorverbinding Arnhem-Utrecht en later Ede-Nijkerk. Deze schaftkeet, dicht bij de Keetmolen gelegen,  werd bij het gereedkomen van de spoorverbinding als voorlopig stationsgebouw gebruikt. Pas in 1878 werd een nieuw spoorwegstation gebouwd.

Van stellingmolen naar beltmolen

Op 12 juli 1865 sloeg de bliksem in de Keetmolen in en brandde deze af. Bij de herbouw in 1866 werd op de nog bestaande molenromp een stenen bovenbouw opgetrokken en werd een aarden wal (belt) opgeworpen. Bij de herbouw van de molen is de stelling veranderd in een aarden wal, vermoedelijk uit financiële overwegingen. Zo werd de stellingmolen een beltmolen.

Eigenaren

Eigenaren van de Keetmolen behoren allen tot de familie Van de Craats.

  • 1860-1884    C.van de Craats
  • 1884-1899    J.D. van de Craats
  • 1899-1910    J.W. van de Craats
  • 1910-1948    J.W. en H. van de Craats
  • 1948-1950    H. van de Craats
  • 1950-1958    Fa. Van de Craats
  • 1958-1971    C.W.J. van de Craats.

Op 18 augustus 1971 werd de Keetmolen overgedragen aan de gemeente Ede, waarna in 1976 overgegaan werd tot restauratie. Op vrijdag 2 juni 1978 werd de molen feestelijke ingebruikgenomen door de burgemeester van Ede, J.Slot. In 2004 bleek een nieuwe restauratie noodzakelijk.

De techniek van de Keetmolen

Deze tot beltmolen omgebouwde stellingmolen is uniek in Nederland. De romp heeft een achtkantige stenen constructie, terwijl de kap bedekt is met riet. Er heerst verwarring rond de ouderdom van de molen. Op de baard, onder het wiekenkruis staat het jaartal 1750, maar dat is onjuist. Dit moet zijn 1866, zoals beschreven in alle publicaties omtrent deze molen. De Keetmolen is een z.g. bovenkruier wat betekent dat de kap kan draaien. De windmolen is een korenmolen met 2 koppels maalstenen voor het malen van graan, rogge, boekweit en het persen van olie. Later ook voor het pellen van gerst.

De oorspronkelijke stellingmolen bestond uit een houten achtkant met een top van riet op een stenen onderbouw. Op deze stenen onderbouw is later een stenen bovenbouw gemetseld, die behalve op de noordkant geheel bepleisterd is. Om de hoogte van de molen te beperken, werd de stenen bovenbouw sterk conisch(= taps toelopend) uitgevoerd. Al met al hebben de wieken een vlucht van 24 meter. De kap is met riet bedekt. Sinds 1985 wordt er geen koren meer gemalen. Alleen de wieken draaien en in de molen draaien drie grote houten raderen, maar de maalstenen staan stil. Bezoekdagen zijn op zaterdag, en worden aangegeven door draaiende wieken.

De molenaarswoning

De molenaarswoning voor de Keetmolen (GA18467)
De molenaarswoning voor de Keetmolen (GA18467)

De molenaarswoning, gelegen tegen de belt van de Keetmolen is opgetrokken tussen 1858 en 1865. Toen op 12 juli 1865 de keetmolen door blikseminslag afbrandde, kon de molenaarswoning gered worden. De molen moest herbouwd worden. De  molenaarswoning, oorspronkelijk opgetrokken in schoon metselwerk, werd tijdens de restauratie in 1977 ingrijpend gerestaureerd en wit geschilderd. De in baksteen opgetroken woning beslaat een nagenoeg rechthoekige plattegrond en telt  één bouwlaag met een kapverdieping onder een met blauw gesmoorde Romaanse pannen gedekt, afgewolfd schilddak. Het interieur is op onderdelen gemoderniseerd, maar de indeling is door het behoud van de 19de eeuwse  binnenmuren herkenbaar bewaard gebleven.

Korenmolens in de Gelderse Vallei

De elf windmolens in- en om de Gelderse vallei zijn allen korenmolens, onder te verdelen in 3 typen: a. Standerdmolen (ook wel standaard- of staakmolen genoemd).
Deze molen wordt gekarakteriseerd door een rechthoekige kast, enkele meters boven de grond, die op een spil kan ronddraaien. b. Stellingmolen
Op ongeveer de helft van het onderlichaam van de stellingmolen zit de 'zwicht'-stelling. Deze stelling is noodzakelijk om de wieken en dus de molen op de wind te kunnen zetten. Ze konden dus niet vanaf de begrane grond worden bediend. c. Beltmolen of bergmolen
In tegenstelling tot de stellingmolen ontbreekt een 'stelling'; de molen is gebouwd op een natuurlijke of kunstmatige verhoging, de 'belt' genaamd. In de belt zijn inrijpoorten aangebracht om aan- en afvoer van graan te vergemakkelijken. De Keetmolen in Ede is een mooi voorbeeld hiervan, gebouwd in een kunstmatige heuvel.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Graaff, Gerrit de  Korenmolens in en om de Gelderse Vallei. - Barneveld, 2006

Tijdschriften

  • De Zandloper 1993/1  J.W. Top, Molens in de Gemeente Ede

Fotocollectie

  • GA18414 De Keetmolen, circa 1900
  • GA18467 De molenaarswoning voor de Keetmolen

Auteur

Jan Verbeek, 2008

Gerelateerde pagina's Kennisbank