Proosdij, De

Periode: 1050 - heden
Plaatsaanduiding: Proosdijweg, Ede

De geschiedenis van ‘De Proosdij’ gaat eeuwen terug. In het midden van de elfde eeuw stichtte de machtige bisschop Bernoldus (of Bernulf) het Kapittel van Sint Jan in Utrecht. Hij begiftigde het Kapittel met rijke goederen uit de domeinen van het Sticht. Dat bestond uit veel landerijen, tienden, tollen, enzovoort; geen molen mocht draaien dan na betaling voor het gebruik van de wind. Voorzitter van het Kapittel en beheerder van de kapitaalgoederen was de ‘Proost’. Later kreeg de Proost meer zelfstandigheid en groeide hij uit een zeer machtige man. Omdat de Proost een geestelijke was, had hij geen nageslacht en kozen de kanunniken na zijn dood een nieuwe Proost. Ondanks deze wisselingen nam de macht van de Proost alleen maar toe. Naast veel bezittingen in het noordwesten van Utrecht had de Proost ook bezittingen in de omgeving van Wageningen en in de parochie Ede.

Hof van Dolre

De landen bij Wageningen en Ede waren verenigd in de ‘Hof van Dolre’. Lange lijsten van hoeven, in gebruik gegeven aan verschillende personen, zijn hiervan bewaard gebleven. Zij waren verplicht een deel van hun graan aan de Hof te leveren. Ook waren zij verplicht mankracht uit te lenen voor het bewerken van de gronden die de Hof in eigen beheer had. In Ede-Veldhuizen had de Hof, c.q. de Proost een twintigtal landerijen waarop horigen woonden en andere bezittingen als tienden, jachtterreinen en een hoeve in het Eder Bosch. De landen van de Hof van Dolre kwamen later in erfpacht aan de Staten van Utrecht. In 1528 kwamen de Staten in grote geldnood en werd de Hof van Dolre met al wat er bij hoorde verpand. Deze bezittingen en ook een groot deel van de persoonlijke eigendommen zijn nooit weer in het bezit van het Sticht of de Proost teruggekomen.

Proosdij

Eén van de boerderijen op Veldhuizen had in de volksmond van lieverlee de naam Proosdij gekregen. Dit betekent ‘goed of eigendom van de Proost’. Na 1528 is de boerderij in bezit gekomen van verschillende eigenaren. Er wordt beweerd dat de Proosdij oorspronkelijk een kloosterboerderij is geweest, bewoond door kloosterbroeders. De boerderij was een ‘versterkte hoeve’ met dikke muren en omringd door een gracht. Deze versterking was noodzakelijk, omdat de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Utrecht regelmatig elkaars gebieden binnen vielen. Onder Ede en Bennekom vinden we meer van deze versterkte huizen. De boer van de Proosdij was één van de ‘malen’ van het Eder Bosch. Hij had de verplichting de malen op te roepen voor de ‘houtdag’ (vergadering van de aandeelhouders van het bos).

Kinderboerderij

Wanneer de huidige boerderij ‘De Proosdij’ is gebouwd is niet precies bekend; zeker is dat de fundamenten ervan erg oud zijn. Het laatste deel van de gracht om de boerderij is pas na de Eerste Wereldoorlog dichtgegooid. In 1970 werd de boerderij geheel gerestaureerd en deed sindsdien dienst als woning van de beheerder van de kinderboerderij en als opslagplaats van materiaal van de plantsoenendienst. Sinds 2010 is De Proosdij in gebruik als gezinshuis voor kinderen met een verstandelijke beperking. De boerderij vormt het enige bewaard gebleven oude gebouw in deze wijk; het wordt omgeven door flats en nieuwbouw.

De namen Proosdij

De namen Proosdij en Proostdij worden door verschillende bronnen door elkaar gebruikt. Dat de gemeente Ede heeft gekozen voor de schrijfwijze zonder  t  is te zien aan de straatnamen Proosdijweg en Proosdijerveldweg.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Vereniging Oud Ede,  Geschiedenis van Ede, deel I.  - Wageningen, 1933
  • Schreuders, L.C.,  Rond de grijze toren. - Ede, 1958

Documentatie

Auteur

Henk M. Klaassen, 2012

Logo van de Creative Commons Organisatie
To the extent possible under law, the author has waived all copyright and related or neighboring rights to the text of his Kennisbank-articles. Bezoek de website van creativecommons.org

Gerelateerde pagina's Kennisbank