Hindekamp, De

Wildkansel in De Hindekamp (GA31959)
Wildkansel in De Hindekamp (GA31959)

Periode: 1647 tot heden

Plaatsaanduiding: Ginkel, Ede

De Hindekamp is een landbouwenclave temidden van bossen en heide. Dit gebied kan uniek genoemd worden, omdat een dergelijk nat gebied midden op de droge Veluwe bijna niet voorkomt. Vanaf de middeleeuwen wordt hier landbouw bedreven en het oude agrarische gebruik van dit gebied is nog duidelijk herkenbaar.

De Hindekamp, een gebied van circa 500 hectare, vormt het centrale deel van De Ginkel. De naam is oud: in 1647 wordt in een verpondings-kohier (grondbelasting) al de naam Hindecamp gebruikt. In het gebied is al eeuwenlang sprake geweest van bewoning, getuige de in het gebied gevonden voorwerpen uit het Steen-, Brons- en IJzertijdperk en uit Frankische en Karolingische tijden.

Migranten

Van het einde van de 17e tot in de 20e eeuw trekken veel Duitsers vanuit Westfalen als seizoenarbeiders naar het rijke Holland. Zij vinden vooral werk als grasmaaier, hooier of turfsteker. Gedurende die migratieperiode komen circa 30.000 mannen en vrouwen voor werk naar ons land. Er zijn er ook die hun kans grijpen en blijven. Zo strijkt er ook een aantal van deze zogenaamde ‘Hannekemaaiers’ neer op de Ginkel c.q. de Hindekamp. Rond de Napoleontische tijd komt er een tweede stroom migranten naar onze streken. Onder hen is Jürgen Henrich Spielsieck, de grootvader van de bekende imker Marinus Speelziek. In 1876 vestigt Marinus zich met zijn gezin vanuit de Kraats op de Hindekamp.

Kleine boeren

Rond het jaar 1800 is het gebied nog deels begroeid met heide en wordt het geteisterd door zandverstuivingen. Er wonen ongeveer twaalf gezinnen, die zich bezighouden met veeteelt; voornamelijk schapen en pluimvee. In die tijd staan er hier maar liefst acht schaapskooien. Ook het houden van bijen is een bron van inkomsten voor de boeren (in het begin van de 19e eeuw is honing nog de enige zoetstof). Geleidelijk aan breiden de bebouwde gebieden zich uit en honderd jaar later verschuift het accent van het boerenbedrijf wat meer naar landbouw; vooral boekweit, rogge, haver en aardappelen.

Annexatie

Midden in het gebied is begin 20e eeuw een villa c.q .jachthuis gebouwd, eveneens genaamd ‘De Hindekamp’. Eigenaar is de ‘landheer’ mr. J. Kolff uit ‘s Gravenhage, die er zo nu en dan vertoeft. Op zijn terrein staan verder nog een boerderij en een tuinmanswoning. Rond de villa wonen ongeveer vijftien gezinnen. In 1931, in het begin van de crisisjaren, verkoopt Kolff zijn bezittingen aan J.G. Schlimmer uit Blaricum. Beide heren hebben grote belangen in Nederlands-Indië. De nieuwe eigenaar streeft er naar het hele gebied van de Hindekamp op te kopen. Hij realiseert dit door tegen hoge prijzen de boerderijen en landerijen over te nemen, waarbij de boeren tegen een aantrekkelijke pacht kunnen blijven wonen. Uiteindelijk komt Schlimmer in het bezit van het hele landgoed de Hindekamp.

Jachtgebied

Schlimmer stelt een jachtverbod in en verbiedt verder de omgeving af te laten grazen door vee. Bovendien mogen de boeren (pachters) hun terreinen niet met gaas afscheiden, zodat men overgeleverd wordt aan de vraatzucht van het wild. Het gevolg is dat rendabele landbouw en veeteelt onmogelijk wordt, wat waarschijnlijk ook de bedoeling van de nieuwe eigenaar is. Schlimmer verblijft veel in Nederlands-Indië; zijn jachtopziener en rentmeester Schriek is een gevreesd man. Ook de laatste boeren op de Hindekamp zien zich genoodzaakt zich elders te vestigen, waarna een deel van de vrijgekomen woningen wordt gesloopt. In minder dan tien jaar wordt de buurtschap geheel ontvolkt. De Hindekamp wordt een jachtgebied met duizenden konijnen, veel fazanten, reeën en herten. De Kreelseplas wordt zelfs ingericht als eendenkooi.

Verkoop

Na de Tweede Wereldoorlog keert Schlimmer als een gebroken man terug uit Indië. Hij heeft gevangen gezeten in een Japans kamp, is deels verlamd en zijn bezittingen zijn genationaliseerd. Vanaf 1945 wordt H.P. Prangsma rentmeester bij Schlimmer, die vanwege zijn slechte gezondheid niet meer in staat is zijn jachtliefhebberij uit te oefenen. Mede om financiële redenen biedt hij de gemeente Ede het landgoed de Hindekamp te koop aan. De gemeenteraad van Ede gaat op 23 mei 1950 akkoord met de aankoop. Na enig overleg met de provincie Gelderland, vooral over de exploitatiekosten, stemmen ook GS op 30 augustus 1950 in met de aankoop. Schlimmer had bedongen dat Prangsma de eerst tien jaar alle cultuurgronden van de Hindekamp mocht pachten. In 1954 brandt de villa Hindekamp geheel af, maar deze wordt later herbouwd.

Vlinderdas

Samen met het kort daarvoor aangekochte landgoed de Ginkel slaagt Ede erin twee rijke landgoederen tot één aaneengesloten natuurgebied van meer dan 1000 hectare te maken. In 1991 presenteert Bureau Nieuwland uit Wageningen, in opdracht van de gemeente Ede, een inrichtings- en beheerplan voor de Ginkel / de Hindekamp. Het beoogt herinrichting van het gebied door middel van natuurontwikkeling, milieuvriendelijke extensieve landbouw, het scheppen van plas-dras situaties, het afvlakken van de oevers van de plassen, herstellen van houtwallen en het aanleggen van een vleermuizenkelder. Na enkele jaren van voorbereiding gaat men in het jaar 2000 voortvarend van start. Het Bosbedrijf van de gemeente Ede is verantwoordelijk voor inrichtings- en beheermaatregelen, terwijl Bureau Nieuwland de veranderingen voor de landbouw begeleidt en de coördinatie van het geheel verzorgt.

Bronnen

Literatuur

  • Hist.Ver. Oud-Bennekom, Oud-Ede en Oud-Lunteren, Van woeste gronden,  - Ede, 2005
  • Speelziek, J.J., De Hindekamp,  -Teuge, 2000            

Documentatie

  • Documentatieverzameling gemeentearchief: map 6.3
  • Documentatieverzameling Hartgers: nr.  III-31

Tijdschriften

De Zandloper: 2001/2                   

Fotocollectie           

  • GA31958   Wildkansel op de Hindekamp

Auteur

Henk M. Klaassen, 2012

Gerelateerde pagina's