Schaapskudden

Periode: 1953 tot heden
Plaatsaanduiding: Ginkelse en Edese heide, Ede

 

Wanneer de eerste schapen verschenen op de heidevelden bij Ede valt niet te achterhalen. Duidelijk is wel dat er rond 1900 steeds minder kwamen, ze waren door de opkomst van de kunstmest niet meer onmisbaar als mestproducent. Op de heide mochten alleen schapen van geërfden grazen. Geërfden waren bezitters van een erf, een boerderij, in een buurschap. Voor de Eder- en Ginkelse Hei was dit de buurt Ede-Veldhuizen.

Na de Tweede Wereldoorlog kocht de gemeente Ede het landgoed De Hindekamp en werd de Ginkel een aaneengesloten natuurgebied. Van de oorspronkelijke acht schaapskooien restten er alleen nog een kooi op de Zuid Ginkel (in gebruik als kippenschuur) en een vervallen kooi op de Kreel. Het oorspronkelijke Veluws Heideschaap was inmiddels nagenoeg uitgestorven.

Stichting

In 1953 nam de buurt Ede-Veldhuizen het initiatief om een kleine commissie te laten onderzoeken of het (weer) begrazen van de heide tot verbetering van die heide zou leiden. Vooral commissielid en geërfde Derk Pereboom ging voortvarend aan de slag en er werd, met instemming van de buurt, een stichting opgericht. De stichting Edese Schaapskudde had als doelstellingen: het in stand houden van het oude schapenras, het beheren van de heideterreinen, het in stand houden van cultuurhistorische waarden en het vervullen van een recreatieve functie. In het stichtingsbestuur was de buurt Ede-Veldhuizen goed vertegenwoordigd, door onder andere buurtrichter Jan Versteeg sr. Burgemeester H.M. Oldenhof werd tot voorzitter gekozen. De buurt schonk een kluutschop, een bel voor de hamel en de eerste vijf schapen met een ram. Met hulp van overheidssubsidies, een schenking van de buurt en een adoptieplan voor particulieren werd in korte tijd voldoende geld binnengehaald.

Schaapskooien

De schaapskooi op de Ginkelse heide werd afgestaan door de familie Kramer (Herberg Zuid Ginkel) en opgeknapt door de stichting. In Hoog Buurlo werden honderd schapen gekocht, die in 1954 met veel vertoon en feestelijkheden werden ingehaald. Jacob Mouw kwam met de schapen mee en werd de eerste schaapherder van de Edese Schaapskudde. Twee jaar later werd ook de kooi op de Kreel opgeknapt en in gebruikgenomen als de kudde op de Edese heide verbleef en als ‘overloop’ voor de kooi op de Ginkel. Er werd een programma opgezet om het ‘echte’ Veluws Ongehoornde Heideschaap terug te fokken en de traditionele schapenmarkt werd in ere hersteld op de derde dinsdag in augustus. In de jaren ’50 kwam de herder met zijn schapen lopend naar deze markt bij de Oude Kerk, later werden de schapen met een veewagen vervoerd. Om diervriendelijke redenen werd deze schapenmarkt enige jaren geleden afgeschaft.

Herderin

Na Jacob Mouw zijn er meerdere herders voor kortere of langere perioden geweest, waarvan de bekendsten Reinder Klomp en Teus Minnen waren. In 1974 werd Bart van den Brandhof aangesteld als schaapherder; hij zou achttien jaar blijven. Na ruim twee jaar voorbereiding en onderhandelingen werd in augustus 1984 de tweede kudde van de stichting gepresenteerd. De schaapskooi op de Kreel was gerestaureerd, schapen aangekocht, er was een hond en een herderin. Vooral dit laatste trok massaal de aandacht van de media; Anita van Ingen (19) was de enige herderin van ons land. Zelfs de televisie rukte uit voor reportages en Anita verscheen in diverse programma’s. Toen het werk tegenviel (meestal zeven dagen in de week werken!) en er onduidelijkheden waren over haar arbeidscontract werd het plezier in haar werk steeds minder. Na drie jaar hing Anita de kluitschop aan de wilgen en werd zij opgevolgd door een zoon van Bart van den Brandhof: Aart. Voor hem werd bij de Kreel een huis gebouwd en werden de arbeidsvoorwaarden beter geregeld. Hij kreeg een volwaardige kudde onder zijn hoede van circa 160 schapen, die elk voorjaar tijdelijk uitgroeit tot zo’n 300 stuks. Vader Bart stopte in 1992 en werd opgevolgd door zoon Henk van den Brandhof. En zo ontstond het unieke feit dat de twee Edese kuddes, die gelijk in omvang zijn, door twee broers worden gehoed.

Schaapscheerdersfeest

Elk jaar, op de eerste woensdag in juni, wordt nog steeds bij de schaapskooi op de Ginkel het ‘schapenscheerdersfeest’ gehouden. Volgens oude traditie worden de schapen met de handschaar geschoren/geknipt. Er omheen worden demonstraties gegeven van oude ambachten, je kunt er koekslaan en volksdansen bewonderen. Deelnemers en ook een deel van de bezoekers zijn gekleed in oud Veluwse kledij. Na afloop eten scheerders, medewerkers en bestuursleden van de stichting gezamenlijk de traditionele scheerdersmaaltijd. Het hoofdmenu is aardappelen met zoute vis en botersaus, het toetje is rijstebrij met bruine suiker.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Otten, M.  Kijk daar ..... een kudde schapen. - Oosterbeek, 2007

Archieven

Documentatie

Auteur

Henk M. Klaassen, 2008

Gerelateerde pagina's