Huishoudschool Prinses Marijke

De protestants-christelijke Landbouwhuishoudschool “Prinses Marijke”

De school in de Brouwerstraat, circa 1933 (GA13174)
De school in de Brouwerstraat, circa 1933 (GA13174)

Periode: 1931 – 1991
Plaatsaanduiding: Ede

Initiatief CBTB

De Edese afdeling van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB) nam in 1930 het initiatief tot de vestiging van een Christelijke Landbouwhuishoudschool te Ede. Op 20 mei 1931 werd de school aan de Brouwerstraat door burgemeester Creutz geopend. Het zijn vooral de vrouwen van de leden van de CBTB geweest, die het voortouw hebben genomen tot de oprichting van een school voor meisjes van het platteland.
In het begin van de vorige eeuw was het in de agrarische sector niet gebruikelijk dat meisjes een voortgezette opleiding volgden. Na de Lagere School kwamen zij thuis om in het huishouden en in het boerenbedrijf te helpen. Via het oprichten van een landbouwhuishoudschool wilde men boerendochters de gelegenheid bieden nog wat bij te leren. Vandaar dat het onderwijs zich aanvankelijk beperkte tot naai-, kook- en tuinbouwlessen. Centraal stonden de huishoudelijke vakken. Enige kennis van de tuinbouw was ook niet onbelangrijk. Bij de meeste boerderijen, maar ook bij veel woningen in de dorpen, waren moestuinen waar groente en fruit voor eigen gebruik werden verbouwd. Achter het schoolgebouw was een grote tuin. Daar kreeg elke leerling een stukje grond aangewezen om het geleerde in praktijk te brengen.

Christelijk karakter van de school

De oprichters stond een school voor ogen met als grondslag: “De Heilige Schrift als Gods Woord”. Het christelijke karakter van de school werd voornamelijk tot uitdrukking gebracht door de eerste les van de dag met bijbellezen en gebed te beginnen. Aan het eind van de schooldag sprak de docent weer een gebed uit. Tevens besteedde men veel aandacht aan christelijke feestdagen. Gedurende haar bestaan heeft de school die christelijke identiteit willen uitdragen. De wijze waarop zij dat deed is in de loop der jaren wat veranderd. Nieuw benoemde docenten brachten nieuwe ideeën in en in sommige kerkgenootschappen zocht men naar nieuwe vormen van geloofsbeleving. Het gevolg was dat men op den duur ook op de PMS tot een meer moderne manier van christelijke vieringen is gekomen, zoals het organiseren van een kerstontbijt. Het gevolg was dat men op den duur ook op de PMS tot een meer moderne manier van christelijke vieringen is gekomen, zoals het organiseren van een kerstontbijt.

Bestuur

Het bestuur van de school werd gevormd door de Centrale Commissie voor het christelijk landbouwhuishoudonderwijs van de Gelderse CBTB, terzijde gestaan door een commissie van beheer, aanvankelijk gevormd door plaatselijke bestuursleden van de CBTB. Later werd het plaatselijke bestuur aangevuld met enkele dames.

Huisvesting

Bij de start in 1931 telde de school 150 leerlingen. Zij was gehuisvest in de Brouwerstraat. Doordat de school in een grote behoefte voorzag, groeide het aantal leerlingen jaarlijks. Het gevolg was dat de school vele jaren ruimtegebrek heeft gekend. Al in 1938 werd een verdieping boven op het bestaande gebouw aangebracht. De groei ging echter in een dermate snel tempo, dat men gedwongen werd de ene na de andere dependance in gebruik te nemen. In totaal werd het een indrukwekkende rij lokaliteiten, verspreid over het centrum van het oude dorp. Niet ideaal; men ging op zoek naar een locatie voor een nieuw schoolgebouw. Op 20 maart 1961 werd “het kapitale complex” van de nieuwe christelijke landbouwhuishoudschool Prinses Marijke aan de Hendrik Stafweg officieel geopend.

Uitbreiding onderwijsaanbod

De opening van de Christelijke Landbouwhuishoudschool, 1931 (GA11819)
De opening van de Christelijke Landbouwhuishoudschool, 1931 (GA11819)

In de loop der jaren onderging het onderwijsaanbod van de school ingrijpende veranderingen. De school was in 1931 begonnen als een primaire opleiding van twee jaar tot boerin/huisvrouw. Op den duur werd daar een breed spectrum van vakopleidingen aan toegevoegd. De leerlingen behoorden niet alleen tot de jeugd uit de agrarische sector; ook andere schoolverlaters van het lager onderwijs bezochten de landbouwhuishoudschool. Ook oudere meisjes werden als leerling toegelaten. Zo werd aan fabrieksmeisjes de gelegenheid gegeven verschillende cursussen te volgen. Zelfs in de avonduren werd les gegeven. Ook werd een zgn.vormingsklas aan de school verbonden. Deze vervolgopleiding was toegankelijk voor meisjes met een ulo of hbs-diploma, en gaf hen de mogelijkheid om daarna de leraressenopleiding te volgen. Het aantal opleidingen werd gestaag uitgebreid:
inrichtingsassistente, leerling-verkoopster, oriëntatie verzorgende beroepen, kinder- en jeugdverzorging en twee “internationale schakelklassen”. Daarnaast bestond nog het “individueel huishoud- en nijverheidsonderwijs”.
Van een opleiding voor huisvrouw/boerin was de school langzaam omgevormd tot een instelling voor beroepsvoorbereidend onderwijs.
Met de komst van de vormingsklas voor middelbaar beroepsonderwijs in 1948, werd de naam van de school gewijzigd in “Huishoudschool”. Sinds de Mammoetwet (1968) sprak men van: “middelbaar en lager huishoud- en nijverheidsonderwijs”. In 1981 telde de school 825 leerlingen, 70 full- en parttime docenten, 16 niet-onderwijzende personeelsleden en een vierhoofdige directie.

Scholengemeenschap Ede-Noord

In augustus 1984 besloot de overheid het middelbaar en lager beroepsonderwijs te scheiden. Het gevolg was dat van de PMS de mhno-afdeling zich verzelfstandigde tot het middelbaar dienstverlening en gezondheidsonderwijs (mdgo) “Het Raetsgoet”. Lhno (PMS) en mdgo “Het Raetsgoet” kregen elk een eigen bestuur en een eigen directie. “Het Raetsgoet” nam zijn intrek in een nieuw gebouw aan de Bovenbuurtweg. Vervolgens besloot men de Prinses Marijke School in 1991 te fuseren met de christelijke lagere technische school. Dit betekende het einde van zestig jaar zelfstandig landbouwhuishoudonderwijs. De nieuwe school voor protestants-christelijk lager beroepsonderwijs kreeg de weinig prozaïsche naam: “Scholengemeenschap Ede-Noord”.

Kledingvoorschriften

Het merendeel van de leerlingen kwam uit orthodox protestants-christelijke gezinnen. De invloed van deze groep ouders via bestuur en schoolleiding was onder meer merkbaar in de gedragsregels voor personeel en leerlingen. Die leidden in het verleden onder andere tot vastomlijnde kledingvoorschriften. In het schoolgebouw mochten vrouwelijke leerlingen geen lange broek dragen. Dit betekende vooral ’s winters in de garderobe: broek uit, rok aan. Vrouwelijke personeelsleden werden nog in de jaren tachtig van de vorige eeuw verplicht in ieder geval tijdens ouderavonden geen broek, maar een rok te dragen.

Megafusie

Op 1 augustus 1995 kwam het tot een ‘megafusie’ van vijf scholen.  De mavo’s Bospoort en Vossenvelde, de interconfessionele mavo-vbo-school De Havelanden, de protestants-christelijke scholengemeenschap Ede Noord en het Streeklyceum sloten zich aaneen tot de protestants-christelijke scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs “Het Streek”.

1931-1991

De landbouwhuishoudschool Prinses Marijke heeft in haar 60-jarig bestaan datgene gedaan wat de oprichters destijds voor ogen stond. Zij heeft een uiterst waardevolle bijdrage geleverd aan de praktische vorming en intellectuele ontwikkeling van vele duizenden leerlingen uit Ede en omgeving.

Bronnen

Literatuur

  • Stroomberg, A.,  Christelijke School voor Huishoud- en Nijverheidsonderwijs ""Prinses Marijke"" te Ede 1931-1981. – Ede, 1981
  • Bruggen, A.G. van, Een dure plicht - Geschiedenis van de Vereniging voor Chr. ULO/MAVO te Ede/Bennekom. – Ede, 1995
  • Verhoef, C.E.H.J.  Marnix College  - Streeklyceum - Pallas Athene College : ontstaan en identiteit van de Edese scholen voor vhmo / vmo - havo – mavo. – Ede, 2007

Tijdschriften

De Zandloper, 2011/2

Fotocollectie

GA11819
GA13174

Auteur

C.E.H.J. Verhoef