Normaallessen, Christelijke

Panorama van Ede (GA106910
Panorama van Ede (GA106910

Periode: 1905 – 1930
Plaatsaanduiding: Ede

De kwaliteit van het onderwijs is voor een groot deel afhankelijk van de kwaliteit van de onderwijsgevenden. Eeuwenlang is dit onvoldoende ingezien. Tot halverwege de negentiende eeuw werd bij het lager onderwijs in veel gevallen les gegeven door niet-gediplomeerde leerkrachten.

Onderwijzersopleiding

De onderwijswet van 1801 gaf richtlijnen voor de opleiding van onderwijsgevenden. De eerste drie kweekscholen werden begin 19e eeuw gesticht door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Het duurde nog tot 1816 voordat in Haarlem de eerste rijkskweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen werd opgericht. De onderwijswet van 1857 eiste voor het eerst van de leerkracht een bewijs van bekwaamheid. De tijd dat op voorspraak van adellijke heren hun afgedankte koetsiers of andere ondergeschikten, die vaak eerst nog schrijven en lezen moesten leren, tot onderwijzer werden benoemd, was definitief voorbij. Overal werd de opleiding van vakbekwame leerkrachten ter hand genomen; ook in Ede.

Leerplichtwet

De twintigste eeuw begon voor het lager onderwijs in Nederland met een ingrijpende verandering. Op 7 juli 1900 werd door het parlement de leerplichtwet aangenomen. De gevolgen waren verstrekkend. Verplichte primaire scholing betekende dat kinderen uit alle lagen van de bevolking basisonderwijs zouden krijgen en dat de, vooral op het platteland, nog steeds bestaande kinderarbeid, definitief zou verdwijnen. Tevens zorgde de invoering van de leerplicht voor een groeiende vraag naar scholen en goed opgeleid onderwijzend personeel, een behoefte die nog werd versterkt doordat het aantal inwoners van ons land snel toenam.

Normaalschool of normaallessen

In veel plaatsen ontstonden, meestal op particulier initiatief, instituten waar aanstaand onderwijzend personeel werd opgeleid en die normaalschool of normaallessen werden genoemd. Ook in Ede zag een aantal onderwijsgevenden dit "gat in de markt". Op 31 mei 1905 werd de protestantse "Vereeniging Christelijke Normaallessen te Ede" opgericht. Het principiële uitgangspunt van de vereniging werd in de grondslag vastgelegd: "Gods Woord naar de opvatting van de Drie Formulieren van Eenigheid". Aan dit kerkelijk leerstuk diende men zich te onderwerpen; andere opvattingen werden niet toegestaan. Dat blijkt uit de bepaling dat leden die "bij hun onderwijs of door hun wandel ingaan tegen het doel of de grondslag der vereeniging als zoodanig door het bestuur kunnen worden geschrapt".
De doelstelling van de vereniging werd kort en bondig als volgt omschreven: "Jongelieden op te leiden tot onderwijzers en onderwijzeressen voor de Scholen met den Bijbel". De ouders of voogden van deze jongelieden moesten voor de toelating van hun zoon, dochter of voogdijkind, een verklaring tekenen, dat zij hem of haar voor het christelijk onderwijs bestemden.

Bijverdienste

Het schoolgeld bedroeg f.20.- per jaar. De lessen werden meestal door onderwijzers van lagere of u.l.o.-scholen in aansluiting op de normale schooltijd gegeven, d.w.z. na 16.15 uur en op woensdagmiddag en zaterdagmorgen. De onderwijsgevenden hadden recht op les- en opleidingsgeld. Het opleidingsgeld kwam uit de rijksbijdrage.

Bestuur

In bestuurlijk opzicht zorgde artikel 6 van de statuten voor een situatie, die door elke onderwijsgevende als het summum van democratie wordt ervaren: "Het bestuur bestaat uit de onderwijzers die de lessen geven". Deze bestuursvorm werkte! En hoe! In de bestuursvergadering van 2 november 1912 werd bepaald dat de kinderen van onderwijzers werden vrijgesteld van het betalen van schoolgeld!

Lokaliteit

Aanvankelijk werden de lessen in de Paasbergschool gegeven. Later verhuisde men naar de Maanderparkschool. In 1924 stelde de Christelijke u.l.o.-school enkele lokalen beschikbaar.

Sluimerend bestaan

Het aantal leerlingen is nooit erg groot geweest. In 1918 telde de school 14 leerlingen en 6 leerkrachten. Twee jaren later waren er nog maar 5 aanstaande onderwijzers over en in 1922 sprak de voorzitter in de decembervergadering een opwekkend woord om de moed er in te houden: de opleiding telde op dat moment geen leerlingen meer. Toch werd met algemene stemmen besloten niet tot opheffing over te gaan. De normaallessen begonnen aan een sluimerend bestaan.

Toelatingsexamens

Gelukkig meldden zich begin 1924 vier kandidaten. Zoals te doen gebruikelijk moesten zij een toelatingsexamen afleggen. De test omvatte de vakken Nederlandse taal, rekenen, vaderlandse geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkennis, bijbelse geschiedenis, lezen en schrijven. De schriftelijke en mondelinge tests werden met gebed geopend en met dankzegging gesloten. Het resultaat was er naar: alle kandidaten slaagden. Hetzelfde was met de juli-gegadigden het geval. Sindsdien hebben zich geen nieuwe leerlingen meer aangemeld.

Laatste der Mohikanen

De enig overgebleven kwekeling slaagde in 1930 voor zijn onderwijzersexamen. Dit betekende voor "De Christelijke Normaallessen te Ede" het definitieve einde. Eerst in 1954 kreeg Ede een nieuwe opleiding voor onderwijzers en onderwijzeressen. Op 1 september van dat jaar opende de "Stichting Christelijke Kweekschool op de Veluwe te Ede" in de consistorie van de Christelijk Gereformeerde kerk aan de Driehoek een parallelklas van de christelijke kweekschool op gereformeerde grondslag "Rehoboth" te Utrecht. Vier jaar later werd deze Edese afdeling geheel zelfstandig en sinds 1969 draagt zij de naam "Felua" (vanaf 1994 gefuseerd met De Vijverberg).

Bronnen

Literatuur

  • Vereniging Oud Ede,  De geschiedenis van Ede, deel I. - Ede, 1933
  • Buessink A.G.J.,  Felua - veertig jaar Christelijk opleidingsonderwijs in Ede, 1954-1994 – Ede, 1993

Tijdschriften

  • De Zandloper, 1996-3

Fotocollectie

  • GA10691

Auteur

C.E.H.J. Verhoef