Streeklyceum, Christelijk

Het Christelijk Streeklyceum aan de Bovenbuurtweg (GA24236)
Het Christelijk Streeklyceum aan de Bovenbuurtweg (GA24236)

Periode: 1960 -1990
Plaats: Ede

Een aantal voorstanders van orthodox-protestants middelbaar onderwijs in Ede maakte in 1960 gebruik van de vrijheid van onderwijs en stichtte een tweede middelbare school voor Ede en omstreken naast het Marnix College (1937). De grondslag van Het Christelijk Streeklyceum stond garant voor een duidelijk orthodox-protestantse signatuur: "De Heilige Schrift als Gods onfeilbaar Woord naar de belijdenis van de kerken van de reformatie hier te lande, zoals die in 1618/9 is vastgelegd in de Drie Formulieren van Enigheid". Zonder slag of stoot is de school er niet gekomen. Met name over de locatie van de school en over de subsidie is in de gemeenteraad fel gediscussieerd. Sommige raadsleden zagen de school als een bedreiging voor het Marnix College. Toen uiteindelijk ook de SGP vóór stemde, was de weg vrij. Dat gebeurde pas nadat het bestuur van de school had toegezegd, dat men in de school de oude Statenvertaling van 1618/1619 zou gebruiken.

Huisvesting

De school werd ondergebracht in een oud evangelisatiegebouwtje van de gereformeerde kerk aan de Verlengde Maanderweg, gemeubileerd met afgedankte schoolmeubelen. Begonnen werd met een twaalftal docenten en 88 leerlingen. Toen de subsidie in 1961 werd verkregen, verhuisde het Streeklyceum naar houten barakken aan de Irenelaan. De noodbouw moest elk jaar met drie à vier lokalen worden uitgebreid. Ook in het voormalige Marktgebouw werd les gegeven. In 1971 werd de dependance 'Zuid' in gebruik genomen. Deze werd gehuisvest in de afgeschreven gebouwen van Victoria Vesta aan de Tooroplaan. Een jaar later betrok men aan de Mauvestraat een tweede dependance. In 1975 werd afscheid genomen van de houten barakken en vertrok de school naar de (stenen) nieuwbouw aan de Bovenbuurtweg: na vijftien jaar deed het Streeklyceum zijn "intrede in het stenen tijdperk". Helaas was het gebouw bij de opening al te klein. Slechts 1050 leerlingen vonden er onderdak; de rest kreeg les in enkele noodlokalen naast de nieuwbouw.

Toename aantal leerlingen

De regionale industrialisatie en de daarmee samenhangende explosieve bevolkingsgroei van zowel Ede als van de dorpen in de directe omgeving, evenals de verminderde belangstelling voor het beroepsonderwijs en de komst van het HAVO, zorgden voor veel leerlingen. In 1960 was de school met 88 leerlingen gestart; zes jaar later telde men 441 leerlingen. In 1985, toen de school vijfentwintig jaar bestond, was het totaal aantal leerlingen tot 1550 en het aantal docenten tot negentig gestegen.
Bij de toelating van nieuwe leerlingen was een van de orthodox-protestantse grondslag afwijkende godsdienstige overtuiging van de ouders geen enkel bezwaar. Zelfs leerlingen uit rooms-katholieke gezinnen waren welkom. De enige voorwaarden waren dat deze leerlingen de protestantse godsdienstlessen moesten bijwonen en dat hun ouders geen lid van de Vereniging zouden worden, omdat zij de statuten niet konden onderschrijven.

Identiteit

De school was de enige orthodox-protestants-christelijke middelbare school in de regio. Uitgaande van de grondslagformule werd ten aanzien van het benoemingsbeleid bepaald, dat iedere docent de Drie Formulieren diende te onderschrijven. Tevens moest de sollicitant verklaren kerkelijk meelevend te zijn. Evenals elders ontstond echter ook aan het Streeklyceum al spoedig een zekere spanning tussen datgene wat in de oude formules was samengevat en het dagelijkse schoolgebeuren. Maatschappelijke en culturele ontwikkelingen, zoals de veranderende invloed van kerk en geloof in de samenleving, nieuwe visies op bepaalde bijbelgedeelten en geloofswaarheden en een andere kijk op veel maatschappelijke zaken, veroorzaakten een verschuiving in de identiteit van de school. Het is het dilemma van elke pluriforme school.

Verontruste kerkenraden

Al in 1980 spraken de kerkenraden van de Christelijk Gereformeerde Kerk en van de Hervormde Gemeente, die beide in het bestuur van het Streeklyceum vertegenwoordigd waren, hun verontrusting uit over het organiseren van popavonden en disco's, het in de les behandelen van moderne literatuur, evolutietheorie, homofilie en seksualiteit.
Dat de uitwerking van de grondslag een voortdurende aanpassing vraagt aan de veranderende normen in kerk en maatschappij, daarover was men het in meerderheid aan het Streeklyceum na vele jaren wel eens. Maar de concretisering van dit alles in de dagelijkse onderwijs- en vormingspraktijk was, evenals voor menige andere christelijke school, ook voor het Streeklyceum een groot probleem.

Benoemings- en toelatingsbeleid

In enkele gevallen werden in tijden van lerarenschaarste docenten in tijdelijke dienst benoemd die andere godsdienstige of levensbeschouwelijke opvattingen huldigden dan de grondslag van de school voorschreef. Ook het ruime toelatingsbeleid leverde wel veel leerlingen op, maar die waren lang niet allemaal van orthodox-protestantse huize.

Megafusie

Het overheidsbeleid van schaalvergroting en grotere autonomie voor de scholen, bracht de bestaansmogelijkheid van enkele protestants-christelijke scholen in de regio Ede in gevaar. Bij het Streeklyceum meldden zich jaarlijks gemiddeld vijftig leerlingen minder aan. In 1991 telde de school nog 1308 leerlingen. Enkele jaren later kwam het tot een 'megafusie' van vijf scholen: de MAVO's 'Bospoort' en 'Vossevelde', de interconfessionele MAVO-VBO school 'De Haverlanden' (Wageningen), de protestants-christelijke VBO-school 'EdeNoord' en het Streeklyceum sloten zich aaneen tot de protestants-christelijke scholengemeenschap voor Voortgezet Onderwijs 'Het Streek'. Aan deze scholen was een aantal rooms-katholieke en ‘andersdenkende’ docenten verbonden. Het bestuur van het Streeklyceum ging desalniettemin met de fusie akkoord en accepteerde daarmee deze 'andersdenkenden' binnen de nieuwe scholengemeenschap. Zij moesten via een 'Allonge', een aanhangsel bij de akte van benoeming, verklaren het uitgangspunt van de school te zullen respecteren. Dit leidde ertoe dat na de fusie een nog groter deel van de kinderen uit orthodox-protestantse gezinnen in plaats van naar 'Het Streek', naar de typisch orthodox-protestantse scholen in Veenendaal en Amersfoort vertrok. Voor hun ouders was 'Het Streek' niet 'zwaar' genoeg.

Deze ontwikkeling, al in gang gezet tijdens het bestaan van het Streeklyceum, betekende het definitieve einde voor de ideeën van isolering en verzuiling van waaruit indertijd 'Het Christelijk Streeklyceum' was opgericht. Met de vorming van 'Het Streek' kwam in 1995 het einde van 'Het Christelijk Streeklyceum te Ede'. 

Bronnen

Literatuur

  • Veld, H. van ‘t  Stenen Streek, Chr. Streeklyceum 1960-1976. – Ede, 1976
  • Bruggen, A.G. van  Een dure plicht. – Ede, 1995

Tijdschriften

De Zandloper, 2002/1

Fotocollectie

  • GA24236

Auteur

C.E.H.J. Verhoef