Concordia, Zuivelfabriek

Periode: 1901 tot 1989
Plaatsaanduiding: Ede

 

De stoomzuivelfabriek "Concordia" te Ede (GA40003)
De stoomzuivelfabriek "Concordia" te Ede (GA40003)

Aan het einde van de 19e eeuw waren er in de gemeente Ede weinig boeren met veel vee. De melk gebruikte men zelf voor consumptie en het maken van boter. Wat men van de melk overhield werd verkocht aan melkslijters en de boter ging in kluiten naar de winkeliers in het dorp. Door betere landbouwmethoden (o.a. het gebruik van kunstmest) steeg de gras- en daardoor de melkproductie. Om die grotere aanvoer te verwerken, ontstonden in ons land zuivelfabrieken. In 1890 werd in Ede door Johannes Philippus Knuttel op de ‘Stompekamp’, langs de spoorlijn naar Barneveld, een boter- en kaasfabriek gebouwd.

Botterfebriek

Aanvankelijk waren de boeren huiverig om melk aan de ‘Botterfebriek’ te leveren, omdat ze de investeringen die gedaan waren in de fabriek nog niet zo snel terugverdiend zagen. Juist toen het een beetje begon te draaien kelderde de boterprijs enorm en kregen de boeren hooguit drie cent per liter melk betaald. In 1901 trok Knuttel zich, mede om zijn slechte gezondheid, terug. Toch waren er enkele vooruitstrevend boeren die een melkfabriek wel zagen zitten. Met hulp van de heren G.J. Wilbrink, R. Dinger en mr. A.C.A. Tielkemeijer werd de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek Ede opgericht.

Concordia

In Wageningen was met hulp van de heer W.A. Insinger in 1890 de Stoomzuivelfabriek ‘De Hoop’ ontstaan. De steunpilaren van beide fabrieken, Wilbrink enerzijds en Insinger anderzijds, bespraken begin 1903 de mogelijkheden tot een fusie; zij werden het snel eens. Op 1 maart 1903 werd de akte van oprichting gepasseerd van de Coöperatieve Vereniging Stoomzuivelfabriek ‘Concordia’ Wageningen-Ede. Op 1 mei werd de productie officieel ter hand genomen, als directeur werd de heer J. Westerman benoemd.

Melkrijders

Het aantal leden van de coöperatie was in het oprichtingsjaar slechts 196 boeren. Hun melk werd opgehaald door de z.g. melkrijders. Meestal waren dit kleine boeren die dit als bijverdienste deden. Bij inschrijving kregen zij jaarlijks een rayon toegewezen. Een melkrijder moest een eigen paard bezitten; de wagen werd door de fabriek ter beschikking gesteld. De eerste jaren was de aanvoer nog zo gering dat er in Ede alleen ontroomd werd en de room in Wageningen tot boter werd verwerkt. Het aantal leden van de coöperatie steeg aanvankelijk slechts langzaam tot 810 in 1922, daarna ging het sneller en telde men 1642 leden in 1928.

Toename

In het eerste jaar (1903) bedroeg de aanvoer van melk in Ede slechts 3000 kilo per dag en in Wageningen 6000 kilo. In Ede werkten drie personeelsleden, in Wageningen waren dat er tien. Vanaf 1908 werd er zowel in Ede als Wageningen regelmatig verbouwd en bijgebouwd. Vooral in Ede nam de aanvoer van melk sterk toe; in het jaar 1927 verwerkte men hier 20 miljoen kilo melk en in Wageningen 5 miljoen kilo. Vijfentwintig jaar na de oprichting (gelijk verdeeld over de vestigingen) werkten er bij Concordia zestig personeelsleden.

Bennekom

Vanaf 1922 werd er jarenlang gesteggeld over de overname van de melkfabriek in Barneveld. Een deel van de leden, vooral de boeren uit Bennekom, vreesden hogere exploitatiekosten. In april 1929 kwamen deze plannen weer op tafel, maar het verzet van de Bennekomse boeren werd alleen maar groter en zij dreigden met een afscheiding. Toen in 1932, tegen de zin van deze groep leden, een statutenwijziging werd aangenomen, konden veel Bennekommers dit niet accepteren. Honderd negentig leden zegden hun lidmaatschap op. De afgescheiden groep stichtte een coöperatieve vereniging en in 1933 ging de ‘Coöperatieve Zuivelfabriek De Hoop’ in Bennekom in bedrijf.

Groei

Na de oorlog werd er, onder leiding van directeur H. Boer, hard gewerkt aan de groei van Concordia. Op de Veluwe sloten zich onder andere Achterveld, Terschuur en Putten bij de coöperatie aan. Aan de Betuwse kant was er uitbreiding door de overname van een fabriek in Beneden-Leeuwen. In 1957 telde de coöperatie 2320 leden, plus 521 melkleveranciers die geen lid waren. Er werkte (incl. Terschuur) 120 man personeel die in dat jaar bijna 56 miljoen kilo melk verwerkten. Zij produceerden o.a. bijna 2 miljoen kilo flessenmelk en ruim 1 miljoen kilo boter. Ook werd 3 miljoen kilo melk geleverd aan ‘buurman’ NIZO (Nederlands Instituut voor Zuivelonderzoek. Het kleine fabriekje groeide uit tot een krachtige organisatie.

Fusie

Aan de oostkant van Ede/Wageningen lag groei lastiger door de sterke posities van ‘Camiz’ uit Arnhem en ‘De Hoop’ in Bennekom. Na veel overleg kon uiteindelijk het onderlinge wantrouwen worden weggenomen en kon er over samenwerking worden gesproken. In maart 1961 waren de directies het in grote lijnen eens; er werd een topcoöperatie gevormd met de drie fabrieken als lid. Het samengaan van Concordia, Camiz en de Hoop leidde het einde in van Concordia. De nieuwe topcoöperatie kreeg in april 1962 de naam ‘Coöperatieve Melkinrichting Vecomi-Concordia. Tien jaar later werd dit bedrijf overgenomen door de ‘Verenigde Coöperatieve Melkindustrie Coberco C.A.’

Einde

Op de Veluwe waren het de Coberco-bedrijven in Ede en Lochem die grote hoeveelheden melk verwerkten. De vestiging in Wageningen werd op 1 januari 1977 gesloten (het personeel ging grotendeels naar Arnhem). Aanvankelijk ging het in Ede voor de wind, waar grote hoeveelheden melkpoeder en boter werden geproduceerd, maar in het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw liep de melkaanvoer, mede door de ‘superheffing’, sterk terug. Coberco besloot daarop de productie over te hevelen naar Lochem en Zwolle. De boterolie afdeling bleef tot 1989 in Ede, maar werd tenslotte toch overgeplaatst naar Lochem. Vanaf dat moment werd de fabriek ontmanteld en de machines naar andere vestigingen overgebracht. De 47 werknemers van Coberco-Ede konden deels afvloeien langs natuurlijke weg en deels worden herplaatst bij de Riedel of andere Coberco-bedrijven.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Romeijn, M.,  Ede bij gaslicht.  -  Ede, 2004
  • Schreuder, L.C.,  Rond de grijze toren.  - Ede, 1958
  • Concordia, Coöp.Ver. Stoomzuivelfabrieken ‘Concordia’. - Wageningen, 1928
  • Hoepen, L. van,  Van veertig zegenrijke melkjaren.  - Bussum, 1948

Documentatie

  • Documentatieverzameling Gemeentearchief Ede, archiefnummer 1001, map 11.5
  • Documentatieverzameling Hartgers, nr. 18

Fotocollectie

  • GA40003 Melkrijders rond 1890

Auteur

Henk M. Klaassen, 2011

Gerelateerde pagina’s