Eierveiling

Periode: 1932 tot 1995
Plaatsaanduiding: Notaris Fischerstraat 23, Ede

 

De veilingvereniging in Ede werd opgericht in januari 1932, onder de naam Coöperatieve Eierveiling Ede en Omstreken. Drie pluimveeverenigingen uit de regio, te weten Bennekom, Ede en Otterlo, namen het initiatief tot een coöperatieve veiling. Reeds lang vóór die tijd bestond er in Ede een eiermarkt, die sinds 1854, als onderdeel van de weekmarkt werd gehouden. De aanvoer van eieren op de markt was aanvankelijk nog gering: in het eerste jaar werden slechts 3500 eieren verhandeld. In 1878 was dit aantal gestegen tot ruim 64.000 stuks.

Veiling versus markt

Het grote verschil tussen de veiling en de markt is dat voor de markt de boeren zelf hun, zelfverpakte, eieren naar de markt brachten en daar (aan handelaren) verkochten. Voor de veiling werden de eieren afgehaald bij de boer en werd de prijs door de klok bepaald. Ook de verpakking werd door de veiling verzorgd. Bij het afhalen van de volgende partij eieren werden de boeren contant betaald voor de vorige week door de vrachtrijder.

Veilinggebouw

De voormalige eierveiling met daarachter de Markt (GA28064)
De voormalige eierveiling met daarachter de Markt (GA28064)

In 1927 verhuisde de eiermarkt naar de Nieuwe Markt (nu noemen we dat de Oude Markt!), waar de marktvereniging een eigen gebouw kreeg, dat gebruikt werd voor de eierhandel. Het vrijgekomen koetshuis van de ‘Posthoorn’ werd later overgenomen door de op te richten coöperatieve eierveiling. Het koetshuis werd opgeknapt door onder andere stalwanden te verwijderen en een betonnen vloer te storten. Tevens werd er een kantoortje in gebouwd. In 1931 werd, achter tegen de bestaande schuur, aan het Bettekamperpad een nieuwe schuur gebouwd, met een oppervlakte van ruim 170 m2.

Bestuur en directie

Het eerste bestuur van de veiling werd gevormd door: Reijer van Steenbergen (voorzitter) en Kees Jochemsen (secretaris/penningmeester). Leden waren: Dirk van Roekel, Arie Huisman, Gerrit van de Weerd, Gijsbert van Hoogendoorn, Reijer Borgers, Jan van der lest, Hendrik Beumer, Gerrit Rauw en Piet Puik. De eerste directeur van de veiling was R. van Steenbergen; hij werd opgevolgd door A. Aartsen. Daarna was W. Boorsma korte tijd directeur en hij werd in 1964 opgevolgd door J.J. (Jan) van Duren. Deze bleef directeur van de veiling tot 1990.

Omzet

Eierveilingen vonden plaats op elke donderdagochtend en later ook op maandagmorgen. Vanaf het begin van de veiling beschikte men in Ede over een elektrische veilingklok. Dit soort klokken werd vanaf ca. 1910 algemeen op veilingen in Nederland toegepast (de eerste werd in 1902 geplaatst in de (groenten)veiling van Enkhuizen). De Edese veiling was van begin af aan een succes; in 1939 bedroeg de aanvoer van eieren al 33.716.000 stuks en bedroeg de omzet 1.231.000 gulden. In 1957 was de aanvoer geklommen tot 52.090.000 eieren en was de omzet 6.689.600 gulden. Ook de eiermarkt draaide ondertussen door, zij het met lagere omzetten. Ter vergelijk: het aantal aangevoerde eieren op de markt in 1939 bedroeg 11.680.00 stuks en in het jaar 1957 ‘slechts’ 5.100.000 stuks.

Verplaatsing

In januari 1968 werd in eerste instantie alleen het veilinglokaal van Ede naar Barneveld verplaatst; kantoor en magazijn bleven in Ede aan de Notaris Fischerstraat gevestigd. Hierdoor bleef de overlast door de nauwe straatjes van Ede bestaan en moesten de handelaren naar Ede om hun in Barneveld gekochte eieren op te halen. Al snel werd besloten om het gehele bedrijf naar Barneveld te over te brengen, waar de veiling was gevestigd op het industrieterrein ‘De Valk’. De naam van de veiling werd daarbij aangepast in: ‘Coöperatieve Veluwse Eierveiling’. In 1982 verhuisde men naar het industrieterrein ‘Harselaar’ en werd de naam gewijzigd in ‘Coöperatieve Veluwse Eierafzetveiling’ (CVE). Het gebouw van de veiling in Ede werd gekocht door de melkslijtersvereniging ‘Door Eendracht Sterk’. In 1988 werden de loodsen gesloopt, in verband met het (woningbouw) plan Ede-Noord.

Groei en kentering

In de jaren 1963/1964 werden wekelijks ongeveer 1 miljoen eieren geveild. Rond 1970 was dit aantal in Barneveld opgelopen tot circa 10 miljoen stuks per week. In Ede bezochten zo’n 50 handelaren de veiling; later liep dat in Barneveld op tot vaak wel 100 handelaren uit het hele land. Rond 1970 werden de pluimveehoudersverenigingen opgeheven. Hun taak werd overgenomen door de veevoedercorporaties (met o.a. de pluimveehouders als leden). In 1982 vierde de CVE het feit dat er 800 miljoen eieren waren geveild. Sinds eind jaren ’80 van de vorige eeuw kwam de kentering; meer en meer ging de Nederlandse eierhandel buiten de veiling om. Handelaren kochten de eieren rechtstreeks van de kippenboeren. In 1971 werd de eiermarkt in Ede opgeheven; de veiling in Barneveld bleef langer bestaan, maar werd toch in november 1995 opgeven. De grootste Nederlandse eierhandelaar is Kwetters B.V. gevestigd in Veen (NB) en Barneveld, met een omzet van één miljard eieren per jaar. Dit bedrijf bouwt momenteel een nieuwe vestiging in Ede, ter vervanging van de vestiging in Barneveld, op het bedrijventerrein Schuttersveld. En zo komt de eierhandel toch weer terug in Ede.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Bruggen, G. van,  Marktplaats Ede.  - Ede, 2011
  • Schreuders, L.C.,  Rond de grijze toren.  - Ede, 1958

Documentatie

  • Documentatieverzameling Gemeentearchief Ede, map 11.8
  • Bouwvergunningen: 1928B0064 en 1931B0217

Fotocollectie

  • GA28064 De voormalige eierveiling met daarachter de Markt

Auteur

Henk M. Klaassen, 2011

Gerelateerde pagina’s