Enka - AKU, de viscosefabriek

Periode: 1922 - 2002
Plaatsaanduiding: Dr. Hartogsweg, Ede

 

De Nederlandse scheikundige dr. Jacques Coenraad Hartogs (1880-1932) stichtte in 1911 in Arnhem een fabriek voor het vervaardigen van kunstzijde, viscose genaamd, de Nederlandse kunstzijdefabriek ENKA. Viscose was in 1884 uitgevonden in Frankrijk en bleek zeer geschikt voor de vervaardiging van garens. Al snel groeide de behoefte, mede door de Eerste Wereldoorlog en werd gezocht naar uitbreiding. Deze werd gevonden in Ede: een onrendabel stuk landbouwgrond werd aangekocht om de gunstige ligging aan het spoor, omdat er veel schoon water beschikbaar was en de prijs gunstig was.

Duizenden medewerkers

Vervoer met bussen van de E.V.A. (GA10984)
Vervoer met bussen van de E.V.A. (GA10984)

Er werd een, zeker voor Ede, zeer groot en imposant fabriekscomplex gebouwd, een vierkant gebouw met grote torens op de hoeken (zie aldaar). In 1922 werd de fabriek geopend en een jaar later werkten er al meer dan duizend mensen. Bij de keuze voor Ede ging men voorbij aan het kleine beschikbare arbeidsarsenaal van het dorp en al snel moest men mannen en vooral vrouwen van ver dagelijks aanvoeren. Naast de trein werd daarbij ook gebruik gemaakt van de autobussen van de ENKA-vervoersafdeling, kortweg E.V.A. genoemd; in 1928 de grootste bedrijfs-busmaatschappij van Nederland! In dat jaar werkten er, in de inmiddels flink uitgebreide fabriek, ruim 5200 mensen, waarvan meer dan 3200 meisjes/vrouwen, met werkweken van 54 uur.

Viscose

Het fabricageproces is in de loop der jaren uiteraard sterk verbeterd en geautomatiseerd. Het principe van het maken van viscose uit hout is echter tot het laatst grotendeels gelijk gebleven. Kort geschetst verloopt het proces als volgt: naaldhout wordt versnipperd en gereinigd en tot (vellen) cellulose geperst. Dit cellulose wordt eerst gemengd met natronloog en na rijping met zwavelkoolstof en vervolgens met loog. Er ontstaat een soort ‘stroop’: viscose. Deze viscose wordt gefilterd en naar de spinnerij gepompt, waar het met grote kracht door een platina-gouden ‘spindop’ wordt geperst, die is ondergedompeld in (zwavel)zuur. De spindop vormt 18 tot 90 zeer dunne straaltjes, die in het zuur stollen tot dunne draden. De draden worden schoongewassen. ‘geschoren’ en op spoelen gewikkeld. Na bleken en twijnen zijn ze geschikt voor verdere verwerking.

Woningbouw

Al voor de opening van de fabriek voerde de ENKA onderhandelingen met de gemeente over woningbouw voor haar werknemers (Ede telde niet meer dan 5000 inwoners op dat moment). De fabriek kreeg grote invloed in de woningbouwvereniging ‘Vooruit’ en er werd gestart met de bouw van een tuindorp in Ede-Zuid. Na veel gesteggel met de gemeente verrezen er in totaal rond 300 woningen naar een plan van de architecten Van de Burgh en Eschauzier. Deze ‘stadse’ wijze van bouwen ondervond aanvankelijk nogal wat tegenstand, maar de ENKA drukte door. Later werd ook het (nu weer afgebroken) Enka-park gebouwd.

Crisis en oorlog

De winsten van de fabriek waren aanvankelijk zeer hoog, maar de crisisjaren gingen ook hier niet ongemerkt voorbij. Massaontslagen volgden, mede als gevolg van nieuwe productieprocessen. Er werd gezocht naar internationalisatie en diversificatie. Hiertoe werden samenwerkingen en overnames  gevonden met meerdere Europese bedrijven, o.a. het Duitse Vereinigte Glanzstoff Fabriken (VGF).
In 1938 werd weer enige winst gemaakt, maar kort daarop brak de Tweede Wereldoorlog uit. Als gevolg daarvan kwam de productie vanaf 1943 nagenoeg tot stilstand; na de slag om Arnhem (september 1944) geheel. Veel machines verdwenen daarna richting Duitsland.

AKU

De samenwerking met VGF werd na de bevrijding een politieke kwestie, maar uiteindelijk vond in 1969 een fusie plaats tussen de AKU (nieuwe naam voor het concern) en VGF. In 1948 verhuist een deel van de Edese fabriek naar Emmercompascuum. De opkomst van synthetische garens betekent grote concurrentie voor de ENKA en kostenreductie wordt het parool. In 1947 wordt gestart met de vervaardiging van de succesvolle ‘ENKA-spons’.
De jaren zeventig verlopen rampzalig; er breekt een wereldwijde vezelcrisis uit en er worden grote verliezen geleden. De ENKA verliezen lopen op tot 100 miljoen in 1978 (met 1380 medewerkers) tot 200 miljoen in 1984. Ede is in Nederland vanaf 1982 nog de enige fabriek die viscose textielgaren produceert. Zolang het product rendeert kan er worden doorgewerkt. In de periode van 1985 tot 1992 wordt, na vele herstructureringen, zelfs een uitstekend rendement behaald.

Sluiting

In de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg het bedrijf het steeds moeilijker. De concurrentie uit lage-lonen-landen in Oost-Europa en Azië was moordend. Bovendien werden er goedkope alternatieven voor viscosegaren ontwikkeld: acryl en polyester. Een deel van de markt viel daardoor weg en er volgde een prijzenslag tussen de overgebleven viscosefabrikanten. Op 13 mei 2002 werd een einde gemaakt aan de slepende onzekerheid van de werknemers. Enka Ede moest dicht en alle 550 werknemers werden ontslagen. Sinds moederbedrijf Akzo Nobel haar slecht lopende vezeldivisie in 1998 verzelfstandigde tot Acordis, waren er al verschillende ontslagrondes geweest.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Schweitzer R.  75 jaren viscose garen uit Ede. - Ede 1996
  • Dendermonde M.  Nieuwe tijden, nieuwe schakels. - Wormerveer 1961
  • Industrieel Erfgoed Ede. - Ede 1996
  • Klaverstijn B.  Samentwijnen: via fusie naar integratie. - Arnhem z.j.
  • Daalen, F. van  Van kavel tot center. - Arnhem 1997

Archieven

  • Archief Enka, nr. 177

Documentatie

  • Documentatieverzameling gemeentearchief Ede, archiefnummer 1001, map 11.7
  • Documentatieverzameling Kesteloo, nr. 4
  • Documentatieverzameling Hartgers, nr. 1

Fotocollectie

  • GA10984 Vervoer met bussen van de E.V.A.

    Auteur

    Henk M. Klaassen, 2008

    Gerelateerde pagina's Kennisbank