Macostan, verffabriek

Periode: 1919 tot 1993
Plaatsaanduiding: Grotestraat 9-11/Frankeneng 7, Ede

 

Luchtfoto van de fabriek aan de Frankeneng, 1974 (GA34138)
Luchtfoto van de fabriek aan de Frankeneng, 1974 (GA34138)

In 1879 vestigde Willem de Nooij zich in Ede als huisschilder. Hij kwam uit een oud (Nijkerks) schildersgeslacht; schilders sinds 1754. Hij ging wonen op Dorp Ea 218, tegenwoordig Grotestraat 23. In 1887 verhuisde hij naar een nieuw woonhuis met werkplaats in de Torenstraat. Zijn zoons Pieter en Zwerus, beiden ‘meester-schilder’, werden in 1908 medefirmanten.
Vanaf 1905 werden ’s winters, in de periode dat er weinig werk was, de benodigde verven zelf en volgens eigen recept gemaakt. De voornaamste bestanddelen waren in die tijd (fijngewreven) pigmenten en lijnolie. Deze zelf vervaardigde verven werden ook meer en meer verkocht aan particulieren. Door ruimtegebrek werd verplaatsing van het bedrijf in 1917 naar de Grotestraat 9-11 noodzakelijk. Hier werden de verfmakerij, het schildersbedrijf en de winkel (later drogisterij) in afzonderlijke gebouwen ondergebracht. In 1919 droeg Willem de Nooij het bedrijf over aan zijn zoons Pieter en Zwerus.

Verffabriek

In 1920 besloten Pieter en Zwerus, samen met hun jongste broer Ko een verffabriek op te richten. Eén van de gebouwen werd ingericht voor de fabricage van (lak)verf, stopverf en plamuur. De nieuwe fabriek kreeg de naam ‘Macostan’; afgeleid van de namen van de echtgenoten van de broers, t.w. MAria-COSTera-ANna. Na negen jaar was er alweer behoefte aan uitbreiding en werd een aangrenzend terrein aan de zijde van de spoorlijn aangekocht, waarop een nieuwe fabriek werd gebouwd. In het begin van de jaren ’30 werd begonnen met de productie van wegenverf; een doorslaand succes, wat later uitgroeide tot leveranties van honderden tonnen aan Rijks en Provinciale Waterstaat. In 1934 overleed Zwerus, de oudste van de broers. Pieter en Ko slaagden er samen in om de drie zaken schildersbedrijf, verffabriek en drogisterij verder uit te bouwen. Tegelijkertijd werd ook begonnen met de productie van ‘moderne’ lakken op synthetische basis. Om ruimte te winnen werd het schildersbedrijf in 1938 verplaatst naar de Brouwerstraat 5.

Oorlogstijd

In de eerste twee oorlogsjaren liep de productie nog aardig door, dankzij redelijke aanvoer van grondstoffen. In 1943 liep de aanvoer sterk terug en daarmee de productie, om een jaar later geheel stil te komen liggen. Vanaf de zomer van 1942 werden in enkele bedrijfsruimten voedselpakketten samengesteld die, legaal en illegaal, werden gezonden aan krijgsgevangen officieren, politieke gevangenen en gijzelaars uit Ede. Na de Slag om Arnhem (september 1944) werd dit onmogelijk gemaakt. Na de bevrijding kwam het herstel van de fabriek traag op gang, temeer daar veel materiaal en apparatuur aan het eind van de bezettingstijd door de SD was gestolen. Pas in augustus 1945 kwam de productie bij Macostan weer enigszins op gang.

Omschakeling

Na de eerste stormachtige wederopbouwjaren besloot de directie zich te concentreren op de productie van lakken voor de metaal- en houtverwerkende industrie. De omschakeling van schildersverven naar industriële lakken vereiste een hele omschakeling in het bedrijf. Om zich volledig te kunnen concentreren op de verffabriek werd in 1952 het schildersbedrijf verkocht aan David de Nooij (zoon van Pieter) en de drogisterij ‘Het Gouden Kruis’ aan Go de Nooij (dochter van Ko). In 1958 trad Zwerus de Nooij af als directeur van Macostan; hij werd opgevolgd door neef Menno de Nooij.

Frankeneng

Doordat de productie van lakken sterk groeide, ontstond er enkele jaren later gebrek aan ruimte op het terrein aan de Grotestraat. Bovendien kon de fabriek, midden in het centrum van Ede, zeer moeizaam bereikt worden voor aan- en afvoer per vracht- of tankauto. Daarom werd besloten nieuwbouw te plegen op het juist ontsloten industrieterrein Frankeneng I. Op 1 maart 1965 werd onder grote belangstelling de nieuwe fabriek geopend door burgemeester dr. P.J. Plateel. In de nieuwe fabriek kon men zich volledig concentreren op verdere groei. Vooral de laboratoria voor producten voor specifieke toepassingen kregen veel aandacht. In 1967 kende het bedrijf een flinke tegenslag: een grote brand legde een groot deel van de fabriek in de as. In 1969 trad Ko de Nooij af en werd Menno algemeen directeur van Macostan. Hij bleef tot 1980 en werd opgevolgd door W.C. Helsdingen als eerste buitenstaander in de directie. In 1983 werd K.A. Knol aangetrokken als financieel directeur en een jaar later ging Zwerus de Nooij met pensioen en hiermee verdween de laatste De Nooij uit de directie.

Overname

De familie De Nooij, aandeelhouders van Macostan, besloot in 1985 de fabriek te verkopen aan de beide directeuren Helsdingen en Knol. De jaren daarna ging het goed met het bedrijf en er werden plannen gemaakt voor uitbreiding. Helaas wilde de gemeente Ede geen toestemming verlenen voor vergroting van de productiecapaciteit en adviseerde de bouw van een geheel nieuwe fabriek. De directie oordeelde de investering van 20 miljoen gulden hiervoor niet verantwoord. Inmiddels was contact ontstaan met een grote Engelse onderneming, Hickson International, die geïnteresseerd was in overname. Dit resulteerde in juli 1990 in verkoop van de aandelen Macostan aan Hickson. Vanaf die tijd werkte Macostan samen met een andere Hickson-dochter, Doelfray in Den Haag. In 1993 zijn beide bedrijven onder de naam Hickson Coatings B.V. ondergebracht in een nieuwe fabriek in Veenendaal. Na 74 jaar hield Macostan, als één van Edes oudste industrieën, op te bestaan.

Bronnen (aanwezig in het gemeentearchief Ede)

Documentatie

  • Documentatieverzameling gemeentearchief Ede, map 11.7
  • Documentatieverzameling Hartgers, nr. 18

Tijdschriften

  • De Zandloper, nr. 2001/13

Fotocollectie

  • GA34138 Luchtfoto van de fabriek aan de Frankeneng, 1974

Auteur

Henk M. Klaassen, 2009