Posthoorn, De

Periode: 1761 tot 1941
Plaatsaanduiding: Notaris Fischerstraat, Ede

 

De eiermarkt bij de Posthoorn, ca. 1920 (GA16644)
De eiermarkt bij de Posthoorn, ca. 1920 (GA16644)

Op 13 januari 1941 brandde het in Ede welbekende logement ‘De Posthoorn’ tot de grond toe af. Deze herberg was in 1761 gebouwd door de toenmalige scholtis (schout) van het ambt Ede, Derk van der Hart.

Oorspronkelijk bezat de familie Van der Hart een andere herberg, die ook Posthoorn werd genoemd. Wanneer deze was gebouwd is niet duidelijk, zeker is wel dat de oude herberg nog enkele tientallen jaren is blijven staan, tot deze werd afgebroken om plaats te maken voor het huis van dokter Weyer.

Schranspartijen

Eeuwenlang werd in de Lage Landen de plaatselijke overheid gevormd door de ‘Ambtsjonkers’ (doorgaans leden van de lagere adel). In Ede vergaderden zij tot 1700 in ’De Roskam’ en daarna in de ‘oude’ Posthoorn. De kastelein was blij met deze klanten, want de Ambtsjonkers hielden wel van goede maaltijden op kosten van de gemeenschap. De verteringen van de grote Heren van het Landsgericht spanden echter de kroon. Ieder jaar in het begin van de maand mei kwam het Landgericht naar Ede om daar misdrijven, maar ook civiele zaken te behandelen. Deze zaken werden een jaar lang ‘opgespaard’. Er werd door de rechters en hun dienaren dagenlang overvloedig geschranst en gedronken, alles ten laste van het Ambt. Er is onder andere een rekening bewaard gebleven uit 1698 waarin waard Steven van der Hart maar liefst 770 gulden in rekening bracht! Vanaf 1726 werd de hoogte van deze bestedingen, tot verdriet van de waard, begrensd.

Ambtskamer

In de nieuwe Posthoorn werd een speciale kamer gebouwd waar de Ambtsjonkers exclusief gebruik van konden maken, dit tegen een vergoeding van vijftig gulden per jaar. De Ambtsjonkers hebben tot 1795 deze kamer gebruikt. Vanaf 1811, toen door de Franse wetten het Landgericht vervangen werd door het Vredegericht, had de Vrederechter zijn kantoor in de ambtskamer; de huur werd toen verhoogd tot honderd gulden. Het Vredegericht heeft er tot vermoedelijk 1838 gebruik van gemaakt. In dat jaar kwam een nieuwe rechterlijke indeling tot stand en werd Wageningen de zetel van een kantonrechter.

Gemeentehuis

De vanaf 1795 (Bataafse Republiek) optredende gemeentebesturen hebben ook in dit lokaal vergaderd. Na 1851 vergaderden de toen gekozen raadsleden ook nog in De Posthoorn. In 1854 werden twee lokalen in gebruik genomen in een woning schuin tegenover De Posthoorn. In 1864 kon na een verbouwing hier het eerste ‘echte’ gemeentehuis van Ede in gebruik worden genomen; evenals De Posthoorn mooi in het toenmalige centrum van Ede aan de Grotestraat, die na een naamsverandering nu Notaris Fischerstraat heet.

Tuin

In de tuin tussen De Posthoorn en bakker Hansman kon je ’s zomers in alle rust genieten van een glas bier onder de bomen. Hier stonden gezellige zitjes opgesteld en met enig geluk kon men ’s avonds een concert beluisteren van de muziekvereniging ‘De Heidebloem’. Het was een sfeervolle ontmoetingsplek voor de Edenaren. Ook doortrekkende draaiorgels en andere kermisattracties vonden een standplaats in de tuin. Onder de bomen stonden in de eerste weken van de mobilisatie van 1914-1918 de grote kookpotten voor de opgeroepen militairen opgesteld. Achter in de tuin bevond zich een kegelbaan, waar voornamelijk middenstanders hun avondje ‘uit’ hadden. Rond de eeuwwisseling (1900) genoot De Posthoorn tevens grote bekendheid door de vele publieke verkopingen en veilingen die er plaats vonden.

Koetshuis

Aan de andere zijde van De Posthoorn bevond zich het Koetshuis. Vele jaren in gebruik voor koetsen en koetsiers en uiteraard hun paarden. Het Koetshuis kende ook een sociale functie: er werden bijvoorbeeld pluimveetentoonstellingen gehouden en de gymnastiekvereniging ‘Sparta’ gaf daar haar uitvoeringen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een gaarkeuken, waar kinderen met enige regelmaat een warme maaltijd konden krijgen. Posthoorn eigenaar Gerrit van Laar exploiteerde eind 19e eeuw in het koetshuis een stalhouderij en later tevens een autoverhuurbedrijf.

Telefoon

De broer van Gerrit van Laar, Job van Laar,  was eigenaar van hotel ‘Welgelegen’ bij het station van de Rhijnspoorweg. Treinreizigers informeerden daar, al dan niet bij een kopje koffie, naar de mogelijkheden tot verder vervoer. Om vlot aan dergelijke verzoeken te kunnen voldoen werd er een telefoonverbinding gelegd met de stalhouderij van zijn broer bij De Posthoorn. Dit werd rond 1885 de eerste telefoonlijn in Ede. In 1888 was dit voor de gemeenteraad aanleiding om de naam Achterstraat, waarlangs een deel van de lijn liep, te veranderen in Telefoonweg, zodat dit particuliere initiatief nu nog voortleeft.

Markt

Op het pleintje voor het koetshuis van De Posthoorn werd sinds 1890 markt gehouden. Op maandagochtend trokken veel boeren naar die markt, waar hun klanten voornamelijk handelaren waren. Belangrijkste producten die op deze markt werden verhandeld waren: eieren, boter, biggen, kool, appelen en aardappelen. In 1927 werd de markt verplaatst naar het veel grotere terrein tegenover hotel ‘Hof van Gelderland’. Niet iedereen was het daarmee eens en de Posthoornmarkt bleef nog enkele jaren bestaan. Uiteindelijk moest men de markt in 1927, ondanks verzet van de toenmalige eigenaar van de Posthoorn, Reinier Pieters, opheffen.

Buurtspraak

De Buurtspraak van de buurt Ede-Veldhuizen werd eeuwenlang in het koor van de Oude Kerk gehouden. Tijdens de buurtspraak van 1912 stelde een van de geërfden voor deze te verplaatsen naar een andere gelegenheid. Dit voorstel werd weliswaar verworpen, maar het kerkbestuur vond het wel een goed idee en verzocht de buurt vanaf het volgende jaar naar een andere plaats uit te zien. Vanaf 1913 werd de buurtspraak gehouden in De Posthoorn, eerst in de kegelbaan en vanaf 1919 (tot 1940) in het logement zelf. Voordeel voor de geërfden was wel dat er nu een kopje koffie of iets sterkers genuttigd kon worden; en zo ontstond de nu traditionele borrel.

Heropening

In de jaren ’30 van de vorige eeuw daalde het aanzien van dit oude en eens plaatselijk belangrijke logement af tot het niveau van een boerenherberg. In 1935 ging De Posthoorn over in andere handen en de nieuwe eigenaar H. van de Heuvel knapte het logement en het erf fraai op. Ook werden er enkele vernieuwingen tot stand gebracht. Op zaterdagavond 10 augustus 1935 vond de heropening van de Posthoorn onder grote belangstelling plaats.

Brand

Op 13 januari 1941 wordt het dorp opgeschrikt door de brandklok. Spuitgasten en publiek stroomden toe toen duidelijk werd dat De Posthoorn in brand stond. Helaas kon de brandweer weinig uitrichten, omdat de waterputten bevroren bleken te zijn. Intussen greep het vuur, dat op de bovenverdieping was ontstaan, razendsnel om zich heen. Nadat het vuur de gelagkamer en ook de Ambtskamer had bereikt was er geen houden meer aan. Toen eindelijk een eerste bescheiden waterstraal uit de brandweerslangen kwam was het te laat. Anderhalf uur na het eerste alarmsignaal was De Posthoorn veranderd in een rokende puinhoop.

De Posthoorn werd niet meer herbouwd; vele jaren later werden er op die plaats woonflats gebouwd.

Bronnen

Literatuur

  • Schreuder, L.C.,  Rond de grijze toren.  - Ede, 1958
  • Nijenhuis, H.J.,  Ede in grootvaders tijd.  - Zaltbommel, 1983        
  • Oud-Ede, Ver.,  Geschiedenis van Ede, deel II.  - Wageningen, 1939
  • Bruggen, G.A. van,  Marktplaats Ede.  - Ede, 2011
  • Romein, M.C.,  Ede bij gaslicht.  - Ede, 2004

Tijdschriften

  • De Zandloper, 1976/12

Documentatie

  • Documentatieverzameling gemeentearchief Ede, archiefnummer 1001, map 11.10
  • Documentatieverzameling Hartgers, nr. 32 en 51

Fotocollectie

  • GA16644 Markt op het terrein van De Posthoorn rond 1918

Auteur

Henk M. Klaassen, 2011

Gerelateerde pagina's Kennisbank