Oude Kerk

Periode: 700 - heden
Plaatsaanduiding: Ede - Centrum

"De Oude Kerk is geen kathedraal, maar haar geschiedenis is niet minder bewogen dan die van kathedralen. De kerk is onverbrekelijk verbonden met Ede, met de geschiedenis van het dorp – kerk en dorp zijn ondeelbaar. Zo was het vroeger, zo is het nu nog. De kerk is niet zomaar een gebouw, ze is een monument. Een cultuurmonument." Met deze woorden begint M.H. Snijders zijn boek De kerk in het midden, een boek over de grote restauratie in de jaren 60 van de twintigste eeuw.

De geschiedenis van het gebouw

Concert van het Enka Mannenkoor in de Oude Kerk, 1973 (GA02168)
Concert van het Enka Mannenkoor in de Oude Kerk, 1973 (GA02168)

Ede’s oude kerk draagt als naam Oude Kerk en is inderdaad oud. Volgens de deskundigen is de eerste kerk waarschijnlijk gebouwd toen de eerste Evangelieverkondigers de Veluwe doorkruisten – o.a. Werenfried rond 700. De oudste vermelding stamt echter uit 1216, wanneer gesproken wordt over een kerk in Ede, behorend tot het kapittel van de St. Janskerk in Utrecht.
Als tussen 1963-1967 de kerk een ingrijpende restauratie ondergaat, wordt nauwkeurig bouwkundig onderzoek uitgevoerd, waarbij veel gegevens over de geschiedenis van het gebouw worden ontdekt. Aan het exterieur van de kerk is de restauratie zichtbaar geworden doordat de grote gotische vensters in het koor weer van glas worden voorzien en doordat het 'cleyne torentje' na meer dan honderd jaar wordt teruggeplaatst op het punt waar schip, koor en transepten bij elkaar komen. Het eerste gebouw is veel kleiner dan de huidige kerk. Het is een zogenaamde Romaanse tufstenen zaalkerk, die op enig moment met baksteen verhoogd wordt; waarschijnlijk wordt tegelijkertijd het koor vervangen door een groter bakstenen koor met driekantige afsluiting (dezelfde vorm als nu, maar veel kleiner). In de veertiende eeuw wordt de kerk aan de westzijde verlengd en wordt aan die zijde de huidige toren gebouwd. Aan de zuidzijde wordt de kerk vergroot met een zijbeuk.
In 1421 wordt de kerk door oorlogshandelingen verwoest; herbouw vindt plaats en het koor wordt uitgebreid tot de huidige vorm. Rampzalig is het onweer in 1635, waarbij de bliksem inslaat in de toren. Deze brandt volledig uit en vernielt in zijn val het kerkdak. Door geldgebrek duurt het tot 1643 voordat nieuwe gewelven in schip en zijbeuk worden aangebracht. Met deze verbouwing heeft de kerk zijn huidige vorm bereikt, met uitzondering van de noorderbeuk, die bij de restauratie in de twintigste eeuw is aangebracht. Trots en fier verheft sindsdien dit grote en grootse gebouw zich boven het omringende dorp. Oorspronkelijk aan de rand van het dorp – nog steeds zichtbaar – wordt achter de kerk (op last van de overheid 'buiten de bebouwde kom') een begraafplaats aangelegd die ten gevolge van de bouw van het gemeentehuis in 1970 is geruimd.

De toren

Zoals bij alle kerken van voor de Franse tijd, is ook in Ede de toren eigendom van de burgerlijke gemeente. Twee opvallende elementen sieren dit Edes hoogtepunt.
In de traceringen van de galmgaten bevinden zich de vier symbolen van het kaartspel, die de vier middeleeuwse standen symboliseren: harten staat voor de geestelijkheid, schoppen voor de adel, ruiten voor de kooplieden en klaveren voor de boeren en ambachtslieden. Al deze bevolkingsgroepen ontmoetten en ontmoeten nog steeds elkaar in de kerk. Op de hoeken aan de voorgevel van de toren bevinden zich nog de consoles en kronen, waartussen zich ooit beelden van (waarschijnlijk) Johannes de Doper en de heilige Barbara bevonden. Of deze beelden gesneuveld zijn bij de beeldenstorm van 1566 is onbekend.
Aan de toren is ook de klok bevestigd (niet altijd op dezelfde plek), zodat heel Ede ‘bij de tijd’ kan zijn. Tot begin twintigste eeuw is er echter aan de oostzijde geen uurwerk: slechts het kerkhof ligt aan die zijde en de doden zijn ‘uit de tijd’.

Interieur

De binnenkant van de kerk valt op door soberheid en lichtinval. De witte gewelven, muren en pilaren geven de kerk een bijzondere schoonheid. Niet altijd is dit zo geweest. Tot de grote restauratie is het in de kerk veel donkerder ten gevolge van de dichtgemetselde koorramen (alleen het koorafsluitend raam was open).

Preekstoel en zandloper

Als bijzonderheden in de kerk zijn onder andere te noemen de preekstoel uit 1674: een eikenhouten zeskantige kuip, gedragen door dolfijnen. Aan de kansel is een geelkoperen zandloper aangebracht om in vroeger tijden de soms zeer breedsprakige predikanten te beperken: zij mogen preken zolang de zandloper loopt. Legendarisch is het verhaal van de dominee die als zijn tijd bijna om is, de zandloper draait en zegt: “Gemeente, we nemen nog een glaasje”. Het orgel, dat -behalve in de zondagse diensten- gebruikt wordt voor veel orgelconcerten, dateert van 1877 (gebouwd door Van Dam in Leeuwarden) en is na de kerkrestauratie in 1967 naar Ede gekomen. De combinatie van orgel en akoestiek van de kerk is van zo’n kwaliteit dat veel orgelmuziek in de Oude Kerk van Ede wordt opgenomen.

Grafzerken

In de kerk liggen tenslotte nog 37 grafzerken als stille getuigen van voorbije tijden. De oudste dateert uit de 15e eeuw en heeft betrekking op de familie Van Arnhem. De jongste zerk is van schout Everhard Dirk van Meurs die in 1822 op 32-jarige leeftijd overlijdt en als laatste in de kerk begraven wordt. Andere bekende namen die op de zerken voorkomen zijn onder andere Van Ommeren, Van de Vijzel, Holtrop en Timmer.

Bronnen (aanwezig in het Gemeentearchief Ede)

Literatuur

  • Bruggen, A.G. van  Hier rust … niemand. Onderzoek naar de grafzerken in de Oude kerk te Ede. - Ede, 2001.
  • Snijders, M.H.  De kerk in ’t midden, restauratie van een cultuurmonument. - Velp, zj.
  • Kolks, Z.  Langs de oude Gelderse kerken – de Veluwe. - Baarn, 1978 – pag.35-36.

Fotocollectie 

  • GA02168 Concert van het Enka Mannenkoor in de Oude Kerk, 1973

Auteur

Gerard van Bruggen, 2009