Geschiedenis van Ede

Ede is wat grondgebied betreft één van de grootste gemeenten in Nederland, ruim 32.000 hectare met acht woonkernen. Wanneer de eerste bewoners zich vestigden in wat we nu de gemeente Ede noemen, is onbekend. Pas in het jaar 1216 komt de naam Ede voor in officiële stukken. De Oude Kerk stamt uit de dertiende eeuw; de buurtschappen ontstonden in diezelfde tijd, maar hoeveel inwoners de gemeente Ede toen telde, is onduidelijk. In 1996 bereikte de gemeente het aantal van honderdduizend inwoners.

Waar voorheen Ede vooral een agrarische gemeenschap was, veranderde dit geleidelijk. Belangrijke ontwikkelingen waren de komst van defensie en de ENKA als grote werkgevers. Daarnaast werd de gemeente Ede steeds aantrekkelijker voor toeristen. Vele pensions, hotels, vakantieoorden, herstellingsoorden en campings waren en zijn in de gemeente te vinden.

Verhaal van Ede

Voor historische informatie over de gemeente Ede kunt u op verschillende plekken terecht. De geschiedenis van Ede wordt in hoofdlijnen geschetst in de canon ofwel het  Verhaal van Ede.

Onze kennisbank is gevuld met verhalen over allerlei onderwerpen die betrekking hebben op de gemeente Ede, met daarbij verwijzingen naar de bronnen die in het gemeentearchief aanwezig zijn.

Op de website mijngelderland.nl vindt u veel informatie over belangrijke gebeurtenissen, personen en voorwerpen uit de geschiedenis van de gemeente Ede en andere Gelderse gemeentes.

Ede op de Kaart

Op deze website is informatie te vinden op gebied van archieven, archeologie, monumenten, landschap, stedenbouw, kunst en cultuur, beschikbaar bij de gemeente Ede. U kunt zoeken door middel van trefwoorden of direct op de kaart. Ook de Kennisbank staat in EdeopdeKaart.

Archeologie

In de bodem vinden we soms resten uit het verleden: sporen van oude boerderijen, kuilen met afval, waterputten en spullen van aardewerk, steen of metaal. Dit zijn archeologische vondsten. Archeologen gebruiken deze sporen en vondsten om te onderzoeken hoe mensen in het verleden hebben geleefd. In de wijken Kernhem, Uitvindersbuurt en recenter in Park Reehorst en de Smachtenburg in Harskamp zijn bijvoorbeeld veel oude resten en spullen gevonden.

De Gemeente Ede heeft een groot oppervlak aan grond. De meeste grond in de gemeente Ede is niet bebouwd. Veel archeologische resten liggen nog veilig in de bodem. Pas als er in de grond gegraven gaat worden, bijvoorbeeld om een nieuw huis te bouwen, komen de archeologische resten in gevaar.

De archeologische resten komen uit de steentijd, Romeinse tijd, middeleeuwen of de moderne tijd.

In grote delen van Ede verwachten we nog dat er archeologische resten in de grond zitten. Om duidelijk te maken waar nog de meeste kans is dat er archeologie in de grond ligt, heeft de gemeente Ede een archeologische verwachtingskaart op laten stellen. Deze kaart vindt u hier: https://geo.ede.nl/index.php?@CHW-Extern.

Met verschillende kleuren op de kaart is aangegeven hoe groot de kans is, dat er nog archeologie ligt. Daarnaast is ook te zien waar archeologische onderzoeken zijn gedaan. En ook waar archeologische vindplaatsen liggen. De uitgebreide informatie die bij de kaart hoort vindt u hier: https://ede.raadsinformatie.nl/document/3114442/1/RAAP-RAPPORT_2500_Sporen_van_ontwikkeling

Archeologen bij de gemeente

Tussen 1900 en 1992 zijn er veel nieuwe huizen gebouwd, zonder dat er naar de sporen van vroeger werd gekeken. Daardoor is al veel informatie verloren gegaan. Al in 1992 zijn er in Europa afspraken gemaakt, om de informatie over vroeger zo goed mogelijk te bewaren. Soms kan dat door een vindplaats veilig in de grond te laten liggen. Maar als er gebouwd wordt, en er diep in de grond wordt gegraven, kan de informatie over vroeger verloren gaan. Dan zorgen archeologen dat deze informatie veilig boven de grond bewaard kan blijven.

De gemeente is verantwoordelijk voor wat er met de archeologie binnen de gemeente gebeurt. Daarom heeft de gemeente Ede archeologen in dienst. Deze archeologen kijken bij elk nieuw plan waar gebouwd gaat worden, of dat de archeologie verstoord gaat worden. Als dit zo is, moet er eerst archeologisch onderzoek gedaan worden, voordat er verder gebouwd mag worden.

Wilt u weten of u voor uw bouwplan archeologisch onderzoek moet laten doen, kijk dan hier:https://www.ede.nl/aanvragen-en-regelen/bouw-en-verbouwvergunning/

Archeologisch onderzoek

Er zijn verschillende soorten van archeologisch onderzoek. Een archeologisch onderzoek begint op papier. In Ede hebben we een archeologische verwachtingskaart, waardoor we heel snel kunnen zien of er ergens nog archeologische resten worden verwacht.

Als er een hoge archeologische verwachting is, wordt er vervolgens vaak eerst gekeken of de bodem nog niet verstoord (kapot) is. Dat kan met wat archeologen een booronderzoek noemen. Dan wordt er door archeologen met een speciale grondboor in de grond geboord. De archeoloog kan dan zien of dat de bodem nog heel is, of dat deze al kapot is. Als de bodem al verstoord is, is meestal ook de archeologie al weg.

Wanneer de bodem nog heel is, kan de archeologie ook nog heel zijn. Dan worden er kleine stukjes van het terrein waar gebouwen komen, al opgegraven. Proefsleuven noemen archeologen deze. Eigenlijk zijn dat kijkgaten in de grond, waarbij de archeoloog op twee dingen let. 1: klopt het inderdaad dat de bodem nog heel is? En 2: zit er archeologie in de grond?

Als de archeoloog bij de proefsleuven heeft gezien dat er inderdaad archeologie zit, kan er besloten worden om deze archeologische informatie op 2 manier te bewaren. Soms kan het zijn dat er een plan aangepast kan worden, dan kan de archeologie alsnog veilig in de grond blijven liggen. Als dat niet kan, moet de archeologische informatie boven de grond bewaard blijven. Dan gaan archeologen de archeologie opgraven. Spullen van aardewerk en metaal kunnen ze dan natuurlijk meenemen. Die komen dan in een museum of depot, nadat de archeoloog ze onderzocht heeft. Sporen, of verkleuringen in de grond, die kun je natuurlijk niet meenemen. Daarom worden daar veel tekeningen en foto’s van gemaakt. Zo kunnen de archeologen later nog precies zien, welk spoor waar lag. Op deze manier blijft de informatie toch bewaard.